Perspectief (Waarom Jezus..?)

De Kern van het Christendom

Waarom anderen er com­pleet naast zitten

Je kunt er niet aan voorbij …

Een vraag die één dezer dagen in de mail­box belandde was de volgende:

“Waarom zou ik Jezus , of de sym­bol­iek die hij verte­gen­wo­ordigt, niet terug kun­nen vin­den in alle andere geloven, goede bedoelin­gen, mensen, wereld­de­len.…? Ongetwi­jfeld alle­maal afkom­stig van God.


Door tevens  hun manier te respecteren, krijg ik sterk het gevoel God te dienen i.p.v. het idee dat ze er com­pleet naast zit­ten, wat mij een ver­wi­jderd gevoel geeft. Mijns inziens zit de ver­loss­ing daar grotendeels”.

De vraag komt op het moment, dat ik toe ben aan de vol­gende ronde in onze artike­lenserie. In de perspectief-artikelen heb ik het kader uiteengezet, waarbin­nen God zijn plan tot ver­loss­ing van de men­sheid uitvo­ert.

In tijd gerek­end (waar we in de artike­lenserie zijn gebleven), staan we nog maar net buiten de hof om ons heen te kijken. Klaar voor de nieuwe uitdag­ing die ons in de schoot is gewor­pen. De mens is aan zichzelf overgeleverd. Op de achter­grond speelt de satan zijn listige leu­gen­spel, maar buiten bereik van ons bevat­tingsver­mo­gen houdt God zijn schep­ping in de gaten en stu­urt Hij de geschiede­nis met vaste hand richt­ing de tweede stap in zijn Masterplan.

Die tweede stap wordt belichaamd door de komst van Jezus. In de vol­gende artike­len zullen we nog uit­ge­breid stil­staan bij de peri­ode die ligt tussen de val van de mens en de komst van Jezus. Maar omwille van de vraag aan het begin van dit artikel, zullen we hier alvast de toon zetten.

In elk geval draait de hele geschiede­nis van de men­sheid om één Per­soon: Jezus Chris­tus. Hij heeft dezelfde sta­tus als Adam, namelijk die van vader of anders gezegd: aartsvader of (oer)vader. Adam was de vader van de natu­urlijke en onvolkomen mens; Jezus is de vader van de geestelijke (liever gezegd: hemelse) en volkomen mens.

Jezus Chris­tus (Chris­tus betekent gezalfde en is geen eigen­naam) heeft een God­delijke sta­tus. De bij­bel zegt, ‘dat het de ganse vol­heid Gods heeft behaagd in Hem won­ing te maken’. Jezus is door God ver­hoogd en heeft plaats genomen aan de rechterz­i­jde van God op (of: in) de troon. God heeft aan Jezus een naam gegeven boven alle naam. Een naam is vanuit bij­bels zicht, een teken van autoriteit. Dus als Jezus naam boven alle naam heeft ont­van­gen, wil dat zeggen dat nie­mand, in de hemel en ook op de aarde, meer gezag heeft dan Hij.

Elke religie, die geen reken­ing houdt met deze sta­tus van Jezus, die Hij van God zelf heeft ont­van­gen, zit er dus naast. Laat ik het heel duidelijk stellen: Jezus was niet alleen een pro­feet; niet alleen een ler­aar; niet alleen een rabbi, met een aan­tal leer­lin­gen; niet een soort Gandhi; niet een soort Boed­dha; niet een … Nee, Hij was (cor­rec­tie: is) de Zoon van de lev­ende God. Elke knie in de hemel en aarde zal zich uitein­delijk voor Hem buigen.

Nog een andere reden

Alle andere religiën zit­ten er nog om een andere reden naast: ze baseren zich alle­maal op de mens en op wat hij moet doen of juist laten om deel te kri­j­gen aan het God­delijke. Maar, laat ik eerlijk zijn, ook het chris­ten­dom rekent op dit punt buiten de waard. Dat komt omdat de mens in feite de uitvin­der is van religie. En als het chris­ten­dom wordt beleefd als religie, komt de mens en wat deze moet doen, in het cen­trum te staan. Er zijn hele peri­o­den in de geschiede­nis aan te wijzen, waar het op dit punt mis­loopt. En ook van­daag de dag menen hele volksstam­men, dat ze iets moeten doen om God te bevredi­gen. Zelfs als dat betekent, dat ze een ander moeten ombren­gen, omdat die ander hun god niet op de, in hun ogen, juiste wijze dient.

Dit alles betekent natu­urlijk niet, dat de meeste mensen niet het goede willen of zoeken voor hun mede­mens. Ook betekent dit niet, dat hun harten niet oprecht zijn als ze zich inzetten voor hun gods­di­enst. De vraag­steller stelt dan ook terecht, dat ze die wil tot het doen van het goede van God hebben ont­van­gen. Het betekent echter niets, als je Jezus, de Gezalfde, niet accepteert als de enige en ware zoon van God. Dan bli­jft het alles mensen­werk. Niet ver­keerd, maar onvolkomen. En zeker niet toereikend.

Jezus is de Weg

Jezus zegt dit van zichzelf. Hij IS de weg. Andere reli­gies kun­nen nog wel accepteren, dat Jezus een weg wijst, of een stro­ming verte­gen­wo­ordigt. Ze kun­nen echter niet over­weg, met het feit dat Jezus de Weg is. Geen mens komt tot de Vader (een uit­ing van de intieme en per­soon­lijke relatie, die Jezus met God had) dan door Hem. Ergens anders wordt Jezus de deur genoemd. Je kunt er niet omheen; je kunt er alleen doorheen.

Jezus is het pro­to­type van de nieuwe mens. Zijn afhanke­lijkheid van God, zijn berei­d­heid om God de eerste plaats te geven in zijn leven en zijn berei­d­heid af te zien van alles dat Hij zelf kon doen, bracht Hem aan het kruis van Gol­go­tha. Toen Hij stierf riep Hij uit: het is vol­bracht. Hij gaf daarmee aan, dat zelfs de dood en het feit dat God de Vader Hem aan dat kruis alleen liet, Hem niet er toe kon­den bren­gen zijn vertrouwen in God op te geven. En zo is Hij voor ons de oorzaak gewor­den van eeuwig heil. Dat is de Weg die Jezus voor ons heeft gebaand. Dwars door Zijn eigen strijd heen, heeft Hij gedaan wat geen mens kon: de aan­klager overwinnen.

De duivel was daar op Gol­go­tha in één klap alles kwijt waarmee hij de men­sheid gebon­den hield. Elke aan­klacht werd aan dat kruis teniet gedaan, door­dat Jezus ondanks alle tegen­spraak van de hel en zijn bewon­ers, vast hield aan de belofte van de Vader: Ik heb mijn Zoon ver­hoogd en ik zal Hem nog­maals ver­hogen. Per­soon­lijk denk ik zelfs, dat God de Vader de adem inhield op dat moment en dat de Geest die Jezus drie dagen later uit het graf deed opstaan, in zekere zin een zucht van ver­licht­ing was.

Jezus is de waarheid

De waarheid heeft te maken met iets dat gespro­ken wordt of dat als laat­ste gestalte kri­jgt. Dat maakt het absoluut. Wij hebben over het alge­meen van waarheid een filosofisch begrip gemaakt. Relatief. Wat voor de ene mens waar is, hoeft nog niet waar te zijn voor de ander. Overi­gens, als we waarheid inder­daad zien als iets dat zicht­baar wordt, zullen we met het laat­ste niet eens zoveel moeite hebben. Stel: je zwemt met een groep vrien­den Het Kanaal over, dan zal de aankomst in Enge­land (als je ten­min­ste in Frankrijk begint) op een bepaald moment voor de één waarheid zijn en voor de ander (nog) niet. Het is dan wel te hopen, dat de aankomst in Enge­land  uitein­delijk voor iedereen waarheid wordt, anders moet je Apel­doorn bellen.

Als Jezus zijn rond­wan­del­ing op aarde begint en uitein­delijk, na zijn kruisig­ing voor drie dagen in een graf wordt gelegd, is het laat­ste woord nog niet gespro­ken. Dat laat­ste woord klinkt op het moment dat Jezus opstaat uit de doden. Nu, na zijn ver­heer­lijk­ing (dat is: zet U naast Mij op de troon, tot­dat Ik al uw vijan­den heb gemaakt tot een voet­bank voor Uw voet)  is het Woord waarheid gewor­den. Op dit moment blijkt het Woord ook de Waarheid te zijn. Het is uit­gekomen. Het heeft gestalte gekre­gen, als eerste in Jezus. En ver­vol­gens ook in dege­nen die in Hem hun vertrouwen stellen.

Van­wege het feit, dat God blijkt de Waarheid in Jezus te hebben gespro­ken; immers Hij heeft vol­bracht wat Hij heeft beloofd. Daarom kun­nen en mogen ook zij, die hun vertrouwen in Jezus stellen, er vanuit gaan dat God ook in hun doet wat Hij beloofd. Het blijkt, dat God een God is die te vertrouwen is. Daar­van geeft de bij­bel in zijn geheel getuigenis.

Jezus is het Leven

Buiten Jezus is geen leven. Ik kom er nog op terug, maar de wereld ligt sinds het plaats­ing buiten de hof, onder het oordeel. In feite geldt, dat ieder mens die op zichzelf vertrouwt en niet, via Jezus, op God zijn vertrouwen stelt, onder het oordeel valt. Ik kan het nog sterker uit­drukken: die mens is reeds vero­ordeeld De bij­bel zegt in Johannes 3:18: “Wie in Hem gelooft, wordt niet vero­ordeeld; wie niet gelooft, is reeds vero­ordeeld, omdat hij niet heeft geloofd in de naam van de enigge­boren Zoon van God”.

Dit klinkt natu­urlijk enigszins aan­mati­gend. Maar dat geldt alleen voor hen, die niet geloven in de naam (autoriteit, weet je nog?) van Jezus. Dus degene die Hem niet de hoog­ste plaats toekent en Hem als Heer en Meester erkent. Dege­nen die het alsnog op eigen kracht willen bli­jven proberen, vallen dus buiten de boot. Dat is geen keuze van mij, maar van God. Hij heeft nu een­maal besloten om de men­sheid op deze manier tege­moet te komen. Uitein­delijk zal blijken, dat het de meest intel­li­gente en volkomen meth­ode is om tot het doel te komen. Maar zelfs dat is niet aan mij om te beo­orde­len (als ik dat al zou kunnen).

Waarom zijn er andere religiën

In het begin heb ik aangegeven, dat religie een uitvin­d­ing van de mens is. Het is de menselijke manier om uit­ing te geven aan eerbied voor God, waar elk mens wel enig besef van heeft. Maar omdat dat beeld van God alleen door Jezus tot zijn recht komt, maakt ieder mens, buiten Jezus om, zijn eigen beeld. En dat vereert hij ook op zijn eigen manier. Van­daar dat het er soms wel op lijkt, maar het niet is. Ook maakt de satan mis­bruik van de sit­u­atie, door de mens tot onmo­gelijke daden te bewe­gen om de god, die de mens voor zichzelf heeft gecreëerd, te ver­eren. Langs deze weg ontstaan zelfmoordcommando’s en zichzelf kasti­j­dende monniken.

Religie ontstaat dus daar waar de mens op eigen kracht iets tot stand wil bren­gen. Als Jezus het in het leven voor het zeggen kri­jgt, verd­wi­jnt dit alles. Hij zegt: “zon­der Mij, kun je niets doen”. De bij­bel zegt in Fil­ip­pen­zen 2:13 “want God is het, die om zijn wel­be­ha­gen zowel het willen als het werken in u werkt”. We hoeven er dus in feite hele­maal geen moeite voor te doen. Nu is dit op zich wat kort door de bocht, want God verwacht natu­urlijk wel iets van ons, maar daar zal ik later op terugkomen. Het zijn in elk geval geen werken uit eigen kracht.

Resumé

  • Jezus verte­gen­wo­ordigt geen sym­bol­iek, maar de enige lev­ende God
  • Jezus vind je alleen in een geloof dat is gebaseerd op de open­bar­ing, zoals die in de bij­bel is vastgelegd
  • Het goede in de mens is inder­daad afkom­stig van God, maar het kri­jgt pas wezen­lijk beteke­nis door het geloof in de naam van Jezus
  • Het respecteren van andere mensen en hun manieren om God te eren is een opdracht die in het alge­meen aan de men­sheid is gegeven: men zal hier ook op wor­den afgerekend.
  • God stelt nooit hand­langers aan om Hem op aarde te vuur en te zwaard te verdedi­gen. De bij­bel zegt: “Niet door kracht of geweld, maar door mijn Geest, zegt de Here”
  • De mens zit er altijd naast, als hij God niet zoekt op de manier die God zelf heeft bepaald: via Jezus de Christus
  • Het ver­wi­jderde gevoel ontstaat alleen op het punt van het accepteren van de naam van Jezus; voor het overige mag je best met de ander ver­bon­den zijn
  • De ver­loss­ing is niet (zelfs niet voor een deel) te vin­den buiten Chris­tus om. Menselijke inspan­nin­gen zullen dan ook nooit tot ver­loss­ing leiden.

Rest mij nog om kort aan te geven (want ook hier zal ik nog uit­ge­breid op terugkomen) hoe de mens tot Jezus kan komen. Niet door Hem gewoon te zeggen, dat je het met Hem wel ziet zit­ten. Op die manier wordt Jezus de ezel die je voor je kar­retje wil span­nen. Ik denk dat veel Chris­te­nen wel op deze manier met God en Jezus omgaan: wat lev­ert het MIJ op. Hoe kan IK het beste tot mijn doel komen. Op deze manier staat niet God, maar de mens weer in het cen­trum van de belangstelling.

Met het aan­nemen van Jezus als je Ver­losser en Zalig­maker, zal er echter niet alleen een besef moeten zijn, dat je het zelf op eigen kracht juist niet redt, maar ook dat je afziet van alle rechten op jezelf. De ware chris­ten veroot­moedigt zich. De bij­bel zegt in Jakobus 4:10: “Verned­ert u voor de Here, en Hij zal u verhogen”.

Een chris­ten zal ook altijd bewogen zijn om de mede­mens, omdat God de liefde voor Zijn schep­ping in het hart van de mens legt. De chris­ten zal altijd wegen en mid­de­len zoeken om zijn naaste te stim­uleren ook zijn vertrouwen te stellen op het vol­brachte werk van Jezus aan het kruis van Gol­go­tha. Een ware chris­ten zal inspir­eren en niet demo­tiv­eren. Een ware chris­ten is een zegen voor de wereld en verte­gen­wo­ordigt het Koninkrijk van God op deze wereld. Dat kan de zoek­enden en dwal­en­den alleen maar ten goede komen. Want alle mensen zon­der Jezus Chris­tus, zijn als schapen die ter slacht­ing wor­den geleid. En ze hebben het niet eens door. Dat maakt de ver­ant­wo­ord­ing van de chris­ten des te groter.

Als je Jezus ont­moet in je hart, dan kom je thuis. Dan is het echt Kerst. De zoon van God wordt dan geboren. Dichter­bij kan het niet. En als je op die manier thuis komt, dan heb je geen behoefte meer om de deur uit te gaan. Je hebt dan het zoeken voor altijd afgelegd, want je hebt iets gevon­den dat alle verwacht­ing te boven gaat.

Ik wens alle lez­ers van mijn artike­len een geze­gende kerst en een goed begin van 2010.

This entry was posted in Hoe zit 't met ...?, Theologie. Bookmark the permalink.

Geef een reactie