Kernwaarden: De Bijbel

De bij­bel (Vin­cent van Goch)

De bij­bel is voor het chris­ten­dom het belan­grijk­ste boek. In feite zelfs het enige boek. Dit in tegen­stelling tot veel andere religiën, die vaak meerdere geschriften hebben, waar de fun­da­menten van de leer in terug zijn te vinden.

In dit artikel wil ik geen tech­nis­che omschri­jv­ing geven van de bij­bel. Die zijn er al genoeg.Ook wil ik geen poging doen om de onfeil­baarheid van de bij­bel aan te tonen. Dat soort uiteen­zettin­gen leidt tot niets, dan hete hoof­den en koude harten.

Waar het mij om gaat is nieuws­gierigheid. Als ik met dit artikel voor elkaar kan kri­j­gen, dat meer mensen in de bij­bel gaan lezen, dan van een afs­tand over te dis­cus­siëren, dan ben ik zeer tevreden.

God is zeer wel in staat om door de woor­den van de bij­bel heen, tot het hart van de lezer door te drin­gen. Dat laat ik dus graag aan Hem over.

Twee delen

De bij­bel valt in feite in twee delen uiteen. We spreken over een oud tes­ta­ment en over een nieuw tes­ta­ment. Het oude tes­ta­ment beslaat de geschiede­nis van de men­sheid vanaf het ontstaan van de wereld tot aan een paar hon­derd jaar voor de geboorte van Jezus Chris­tus. Het nieuwe tes­ta­ment begint bij de geboorte van Jezus en eindigt ongeveer 100 jaar na diens geboorte.

De scope, dat wil zeggen: het blikveld, van de bij­bel is vari­abel. Het begint bij het ontstaan van hemel en aarde. Dus breder kan niet. Daarna con­cen­treert de bij­bel zich op een klein groepje mensen. Uit dat groepje ontstaat een volk. Het oude tes­ta­ment behan­delt in feite de geschiede­nis van dat volk: Israël. Die geschiede­nis stopt dan ongeveer 400 jaar voor de geboorte van Jezus.

Daarna con­cen­treert de bij­bel zich op één mens: Jezus Chris­tus, en ver­haalt ver­vol­gens wat er met Hem gebeurt. Nadat de geschiede­nis van Jezus is verteld, wordt ver­vol­gens ver­haald hoe het met zijn vol­gelin­gen verder gaat. Dan zijn we ongeveer terecht gekomen in het jaar 60 na de geboorte van Jezus.

De rest van de bij­bel bevat dan nog een aan­tal brieven van diverse apos­te­len en andere vol­gelin­gen van Jezus, die zij hebben geschreven aan ver­schil­lende kerken en privé per­so­nen. Het nieuwe tes­ta­ment sluit dan af met een geschrift, dat een blik geeft in de toekomst: Openbaring.

De eerste bladzijde

Het oude tes­ta­ment bestaat uit geschriften, die zijn ontstaan tij­dens de geschiede­nis van Israël. Als je dan ook begint met lezen in het oude tes­ta­ment, doe je dat in het boek gen­e­sis. Je ont­dekt dan dat de ver­halen getu­igend zijn. Dat wil zeggen, de geschiede­nis die verteld wordt heeft een doel. Het schept verwacht­ing. Het is geen ein­de­loos epos, waarin de richt­ing van het ver­haal aan de fan­tasie van de schri­jver wordt overgelaten.

Toch zal het niet mee­vallen om te starten in gen­e­sis. Je wordt immers als het ware meegenomen op reis naar het punt waar we al voor­bij zijn. Dat is het nadeel voor de mens die anno 2010 probeert om het ver­haal van ca. 10.000 jaar gele­den op te pikken. Er valt nogal veel uit te leggen. Beter is het om eerst iets te zeggen over de reden om de bij­bel te gaan lezen.

Gods woord in het oude testament

Allereerst is er natu­urlijk de vraag naar de autoriteit van de bij­bel. Daarmee hangt samen wat de bij­bel nu eigen­lijk wil vertellen. Voor de Moslim is het duidelijk dat de Koran onbe­twist­bare autoriteit bezit. Vol­gens de moslim zijn de woor­den in de Koran recht­streeks door Allah aan Mohammed gedicteerd. Mohammed zelf kon niet eens lezen en schri­jven. Daar ontleent de Koran zijn sta­tus aan.

Een dergelijke sta­tus bezit de bij­bel niet. In tegen­stelling tot wat som­mige chris­te­nen wel denken, is de bij­bel niet Gods Woord. Als je spreekt over Gods Woord, of het Woord van God, dan heb je het over Jezus. Hij is het vleesge­wor­den Woord van God. Ook de bij­bel zelf geeft dit getuigenis:

Hebreeën 1:1 Nadat God eerti­jds vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gespro­ken had in de pro­feten, heeft Hij nu in het laatst der dagen tot ons gespro­ken in de Zoon,

God heeft dus in het verleden in de pro­feten gespro­ken. Op het laatst deed Hij dat echter via de Zoon. Het is belan­grijk om te besef­fen, dat God geest is. Zijn spreken is dus te vergelijken met inspi­ratie. Inspi­ratie heeft te maken met het opwekken van gedreven­heid. Als God spreekt tot de geest van de mens, raakt deze geïn­spireerd en wordt de mens in beweg­ing gebracht. Dat is de manier waarop God spreekt. Als dan ver­vol­gens de pro­feet (de mens, die door God geïn­spireerde woor­den spreekt) zijn mond open doet, spreekt deze gedachten van God uit. Omdat het echter inspi­ratie betreft, is de inhoud van God, maar de ver­pakking van de mens. Deze ver­taalt als het ware de gedachten van God, in woor­den die hij zelf en dege­nen die naar hem luis­teren (eventueel via het papier), begri­jpen kunnen.

Jezus: de laat­ste en groot­ste profeet

Jezus Chris­tus ver­tolkte dus als laat­ste pro­feet, het woord van God. Johannes geeft in het begin van zijn evan­gelie aan, dat Jezus het woord van God volledig realiseerde. In Jezus kwa­men de gedachten van God in vol­heid uit de verf: Hij sprak niet alleen de woor­den van God; Hij belichaamde ze. Met andere woor­den: Jezus gaf met zijn hele zijn, gestalte aan de diep­ste gedachten van God. Van­daar dat de bij­bel later getu­igt, dat Hij (God) op het laatst IN de Zoon tot ons gespro­ken heeft.

De bij­bel bevat dus wel de woor­den van God, in zoverre het hier dan gaat om mensen, die op hun manier gestalte gaven aan de inspi­ratie van God. Zij ver­heer­lijk­ten God en gaven Hem eer, door hun vertrouwen op Hem te stellen. Die getu­igenis­sen vin­den we voort­durend terug. En al die geloof­s­ge­tu­igen (want dat waren het), waren er van over­tu­igd, dat God hun niet in de steek zou laten en dat Hij een Waar­maker van Zijn woord zou blijken te zijn. In een ander artikel zal ik laten zien, dat zij alle­maal de real­isatie van het ware en vol­maakte Woord van God verwacht­ten. Het werd hun stuk voor stuk duidelijk, dat uitein­delijk Jezus als Chris­tus (Gezalfde) de vol­maakte weer­gave van Gods woord zou zijn.

Gods woord in het nieuwe testament

De bij­bel is, ten­min­ste als je spreekt over het oude tes­ta­ment, een gewoon boek met geschiede­nis en getu­igenis­sen van gelovi­gen. Voor ons, hei­de­nen, heeft het oude tes­ta­ment dan ook alleen beteke­nis, als je het vanuit het nieuwe tes­ta­ment benadert.

Het heeft dus geen zin om als eerste de geschriften te bestud­eren die ver­halen over het ontstaan van het volk Israël en alles wat daar betrekking op heeft. De hei­de­nen (en dat zijn we waarschi­jn­lijk alle­maal) zijn er bewust buiten gehouden. God heeft er voor gekozen om Zijn weg met een klein volk te ver­vol­gen. Hij zet om dat volk als het ware een paar kaders en begeleidt hen naar de vol­heid van de tijd. De vol­heid van de tijd is het moment, dat Jezus zich als Zoon van God openbaart.

Het nieuwe tes­ta­ment daar­ente­gen ver­haalt de geschiede­nis van Jezus. In Hem heeft God besloten om heel de wereld aan te spreken. Hier gaat het dus niet alleen om de joden, Israël, maar ook om de rest, de hei­de­nen. Paulus, een van de schri­jvers van het nieuwe tes­ta­ment, reikt ver­vol­gens hele­maal terug naar Abra­ham en proclameert, dat God ook in het oude tes­ta­ment al iedereen, jood en hei­den, op het oog had. Maar ook dat God dat plan wilde realis­eren via Israël, waar hij kaders (van de wet) omheen zette, tot­dat Hij aan de real­isatie van Zijn plan toe zou komen.

Het nieuwe tes­ta­ment vertelt als eerste van Jezus. Maar het licht ook toe, waarom dit het geval is. In een aan­tal boeiende brieven, geschreven aan diverse gemeen­ten (kerken) in zijn dagen, zet Paulus uiteen hoe en om welke reden het alle­maal zo heeft moeten gebeuren. Paulus zelf was een jood, die volledig op de hoogte was van alle religieuze zaken waar een jood maar mee te maken kon kri­j­gen. Hij had zijn oplei­din­gen gehad aan de beste scholen en was cum laude afgestudeerd.

Het is dus opval­lend, dat juist hij door God wordt uitverko­ren om aan de hei­de­nen te verkondi­gen, dat zij deel uit mogen maken van het ware volk van God; zij die geloven in de Naam van Chris­tus Jezus. Min­stens zo opval­lend is het dat Petrus, een ongelet­terde joodse visser, degene is die het evan­gelie van Chris­tus Jezus aan de Israëli­eten mag verkondi­gen. Hierin ligt een diepere zin. Miss­chien dat ik dat later nog zal toelichten.

Voor de gemeente

Hoe dan ook, nadat we in de evan­geliën op ver­schil­lende manieren van het leven van Jezus ken­nis hebben genomen, vertelt het boek han­delin­gen de geschiede­nis van de eerste gemeente. Het woord gemeente komt van gemeen­schap, ver­gader­ing. Kerk is afgeleid van het Griekse woord eccle­sia, wat een groep “er uit geroepe­nen” betekent. Het idee hier­achter is, dat de gemeente bestaat uit een groep mensen, die “uit” de wereld geroepen zijn en als zodanig ook bijeenkomen, vergaderen.

Als we spreken over gemeente, dan ref­er­eren we aan alle mensen die geloven in de Naam van Jezus Chris­tus en die dat geloof, op een of andere manier, gemeen­schap­pelijk beleven en uit­dra­gen. Met kerk bedoe­len we over het alge­meen een denom­i­natie of een door mensen ingericht ver­gaderver­band. Over het alge­meen wordt er van uit­ge­gaan, dat de gemeente zich bin­nen de kerk bevindt. Omge­keerd is dit niet het geval, alhoewel vele gelovi­gen dit niet met ons eens is. Later als we het gaan hebben over de kinder­doop in relatie tot de doop van vol­wasse­nen, komen we hier op terug.

Zoals gezegd, gaat het boek han­delin­gen over de eerste gemeente. In feite is dit geschiede­nis. Het begint bij twaalf vol­gelin­gen (discipe­len) van Jezus. Zij hebben min­i­maal drie jaar met Jezus doorge­bracht en hebben het eerste onder­wijs recht­streeks van Hem ont­van­gen. De gemeente ter plaatse groeit en bin­nen niet al te lange tijd zijn er vele duizen­den leden.

Dan is het de beurt aan de hei­de­nen om zich in te voe­gen. Hieruit blijkt, dat het nieuwe tes­ta­ment een veel grotere reik­wi­jdte kri­jgt, dan het oude tes­ta­ment had. Nu zijn niet alleen de joden uitgen­odigd om plaats te nemen aan de tafel die door Jezus Chris­tus is gedekt, maar ook de hei­de­nen zijn welkom.

De hei­den is echter niet onder­wezen in de oude geschriften, die verza­meld zijn in het het verza­meld werk, dat Het Oude Tes­ta­ment heet. Nu komt met name de ken­nis en het inzicht van Paulus van pas. Hij schri­jft in een aan­tal brieven aan plaat­selijke hei­denge­meen­ten (waar tevens joden deel van uit­maken!) over de bood­schap van het Koninkrijk der Heme­len, waar­bij hij op aller­lei manieren de link legt naar het oude tes­ta­ment. Op deze manier wor­den de heiden-christenen onder­wezen in die zaken die voor een juist ver­staan van de hele Schrift (de com­plete bij­belse bood­schap) van belang zijn. De brieven die Paulus aan de plaat­selijke gemeen­ten van zijn tijd, heeft geschreven, zijn opgenomen in het nieuwe tes­ta­ment achter het boek Han­delin­gen (der apostelen).

Naast de brieven van Paulus, zijn er nog wat brieven van enkele discipe­len, waaron­der het over de toekomst van de gemeente han­de­lende Open­bar­ing, dat is geschreven door de discipel Johannes. Hij is ook ver­ant­wo­ordelijk voor het evan­gelie dat zijn naam draagt.

Waar starten met lezen?

Nieuwe gelovi­gen wordt aanger­aden om met het lezen van de bij­bel te begin­nen in het nieuwe tes­ta­ment. Je kunt dan nog twi­jfe­len of je dan als eerste de brieven van Paulus neemt of de evan­geliën. Per­soon­lijk raad ik nieuwe gelovi­gen aan om te begin­nen in het evan­gelie naar Lukas. Dit evan­gelie is geschreven door een hei­den voor een hei­den. Lukas is een geleerd man (hij is arts), hij onder­bouwt veelvuldig en volgt nauwgezet wat hem door oogge­tu­igen wordt verhaald.

Daarna is de stap naar de han­delin­gen voor de hand liggend. De han­delin­gen der apos­te­len is ook door Lukas geschreven. Zoals gezegd maken we in de han­delin­gen ken­nis met Paulus, dus kun­nen we daarna starten met de brieven die hij heeft geschreven. Als ik dan een vol­go­rde mag advis­eren, zou ik de brief aan de Romeinen en de Hebreeën­brief tot het laatst bewaren. In deze brieven (waar­bij het de vraag is of de laat­ste door Paulus is geschreven) wordt zeer diep inge­gaan op de achter­gron­den van het nieuw tes­ta­men­tis­che getu­ige­nis in het oude testament.

Waarom de bijbel?

In het begin van dit artikel heb ik aangegeven, dat de bij­bel bestaat uit getu­igenis­sen, geschiede­nis en, met name in het nieuwe tes­ta­ment, leer­stel­lige brieven. Ook heb ik aangegeven, dat de bij­bel niet het woord van God is, maar woor­den van God bevat. Die woor­den zijn opgeschreven, nadat ze eerst zijn gespro­ken. Dit laat­ste geldt natu­urlijk niet voor de brieven van de apos­te­len in het nieuwe tes­ta­ment, maar ook niet voor enkele “woor­den” die de oud-testamentische pro­feten op schrift hebben gezet.

Maar als de bij­bel als zodanig niet het Woord van God is, hoe kun­nen we dan zeker zijn van het waarhei­ds­ge­halte van de Schrift.

Je zou dus in feite twee vra­gen kun­nen stellen:

  • Hoe weten we wat waar is in de bijbel?
  • Is de bij­bel het enige boek, dat “woor­den” van God bevat?

Hoe weten we wat waar is in de bijbel?

De bij­bel wordt ook wel de Heilige Schrift genoemd. Heilig betekent afge­zon­derd. Daar­naast wordt heilig alleen gebruikt in een religieuze con­text. Als we zeggen dat de bij­bel heilig is, dan hebben we het over de inhoud en niet over de manier waarop die inhoud wordt gep­re­sen­teerd. Je zou kun­nen zeggen, dat God voor de inhoud heeft gezorgd en dat de schri­jvers aan de inhoud een klank hebben gegeven door woor­den te gebruiken, die gewoon in het dagelijks leven passen.

Op zich is dat maar goed ook, want nu kun­nen we de bij­bel ver­talen in elke taal die we maar willen. Ook is het nu mogelijk om de bij­bel op elk moment actueel te laten zijn. De wijze waarop we een bepaalde tekst ver­talen, is min­der van belang, mits we de strekking van de tekst maar in orde laten.

Kort door de bocht gezegd, wordt het lezen en ver­staan van de bij­bel dus een kwestie van inter­pre­tatie. Dat dit inder­daad zo werkt, zien we in de diverse com­mentaren die door de grote her­vorm­ers zijn geschreven. En soms lijkt het wel alsof de protes­tanten een andere bij­bel hebben dan de roomsen.

Ondanks de ver­schillen is men het op hoofdli­j­nen echter wel eens. Toch is de kri­tiek, dat iedereen zijn eigen lessen uit de bij­bel haalt niet hele­maal onterecht. Dus hoe los je dit nu op?

Zoals gezegd is God ver­ant­wo­ordelijk voor de inspi­ratie van de bij­bel. Voor een goed ver­staan van de bij­bel is een sleu­tel nodig. Die sleu­tel is dat voor het schri­jven EN voor het begri­jpen, dezelfde inspi­ratie nodig is. Met andere woor­den: God zelf zorgt er voor, dat de bij­bel op de juiste manier wordt ver­staan. Ondanks ver­schillen in taal­ge­bruik, tijd en karak­ter van de schri­jver en/of de lezer, zorgt God er zelf voor dat Zijn bood­schap over komt. Het komt er dus niet op aan welke bij­bel je leest, maar dat je leest.

De mens kan hier dus in feite niets aan doen of toevoe­gen. Toch is het resul­taat van dat lezen van de bij­bel vaak, dat men elkaar bijna de hersens inslaat om een ver­schil van begrip. Dus hoe zit het dan met die inspiratie?

De bij­bel is voor iedereen beschik­baar. Als er ten­min­ste geen externe oorza­ken zijn, die jouw het lezen in een bij­bel belem­meren. God heeft echter een kleine, maar essen­tiële voor­waarde in het leven geroepen: je moet je aan Hem willen onder­w­er­pen. De Schrift zegt: “wie tot God nadert, moet geloven dat Hij bestaat en een beloner is voor wie Hem ern­stig zoeken”. Dat is de enige voor­waarde voor het goed ver­staan van de Heilige Schrift. Overi­gens geldt dit voor alle con­tact met God.

De sleu­tel tot het juiste ver­staan van de tekst hier­boven vind je in het laat­ste gedeelte: “wie Hem ern­stig zoeken”. “Wie” geeft aan, dat er geen onder­scheid is tussen de ene — en de andere: het geldt voor iedereen. “Hem” geeft aan, dat het om God gaat en niet om jezelf. Dit is essen­tieel. Velen zijn op zoek, er zijn er echter maar weini­gen, die op zoek zijn naar God. De meeste mensen zoeken vervulling van hun eigen leven. Dat zijn de over­wegers. Zij vra­gen zich voort­durend af: “Wat lev­ert het mij op?” of (de negatieve vari­ant) “Wat kost het mij?”. “Ern­stig zoeken” wil zeggen: met heel je hart en zon­der voor­be­houd. Wat het je ook kost; je wilt nu niet meer marchan­deren of onder­han­de­len. Nu mag God het zeggen. Zon­der een ned­erige en afhanke­lijke houd­ing heeft het geen zin om op zoek te gaan naar God.

Is de bij­bel het enige boek, dat “woor­den” van God bevat?

Hier kun­nen we kort over zijn: Ja. Alle andere boeken die je leest zijn op de een of andere manier uit de bij­bel her­leid. Of liever gezegd: zijn er min­i­maal niet mee in tegen­spraak. Hier­mee is in feite gezegd, dat de Heilige Schrift in meningsver­schillen het laat­ste woord heeft.

Het punt is namelijk, en dat is de ver­di­en­ste van de inspi­ratie van God, dat de Schrift uni­form is. Soms lijkt het ene bij­belgedeelte tegen­over het andere te staan, maar dat is schijn. De oorzaak is ons gebrekkige ver­staan van de bij­bel. Onze gedachten zijn zodanig door de zonde vervuild ger­aakt, dat we alleen met de hulp van God (lees: de Heilige Geest) tot een juist ver­staan van de Schrift kun­nen komen.

Voor ons, gelovi­gen na de komst van Jezus Chris­tus, is het eigen­lijk heel sim­pel. Voor ons geldt maar één state­ment en dat is: geloven in de naam van de Zoon van God, Jezus Chris­tus. In een ander artikel (Wegen en kruis­pun­ten) geef ik aan, dat de naam van Jezus alles te maken heeft met Zijn iden­titeit en autoriteit. Die naam is Hem door God de Vader gegeven. Het is een naam die groter, hoger, belan­grijker, enz. is, dan welke naam (of autoriteit) dan ook. En dat geldt in verleden, heden en in toekomst. Met andere woor­den: nie­mand kan aan Jezus voor­bij. Iedereen legt op een bepaald moment ver­ant­wo­ord­ing af voor zijn houd­ing ten opzichte van Jezus. Zo heeft God dat bedacht.

Dit is de bood­schap van de bij­bel. Elke regel, elk woord, elke gedachte loopt uitein­delijk uit op het erken­nen van de naam van Jezus. Om deze reden hebben dis­cussies over aller­lei rand-issues en dat zijn alle andere onder­w­er­pen in de schrift geen nut. Of liever: hebben alleen zin als de uitkomst uitein­delijk de autoriteit van de Zoon van God onderstrepen.

Chris­te­nen zullen elkaar dan ook niet ver­ket­teren omdat ze over een rand-gegeven een meningsver­schil hebben. Paulus geeft ergens aan, dat “wat we hebben ont­dekt; in dat spoor verder”. Met andere woor­den: we zijn er nog niet en ons begrip is nog ten dele, maar de Geest van God zal het ons bij gele­gen­heid wel duidelijk maken. Op dit moment zie ik, zegt Paulus, maar één ding, en dat is Jezus en Die gekruisigd.

Mensen die de waarde van het geschreven woord, de bij­bel, niet erken­nen, hebben in onze dis­cussie geen recht van spreken. Het zij dan dat ze ons een juist zicht op de grondtek­sten kun­nen geven, want die ken­nis ont­breekt de meesten van ons. Maar als het gaat om wat de Schrift inhoudelijk wil zeggen, helpt zelfs een vol­maakt ken­nen van de grondtekst niet, als er geen berei­d­heid is om de woor­den in de bij­bel werke­lijk en volledig te accepteren voor het ver­staan van haar bood­schap. Ook hier hoort weer die veroot­moedig­ing (ander woord voor onder­w­er­p­ing vanuit een ned­erige hartsgesteldheid).

Con­clusie

De bij­bel is een boeiend boek. Het is in feite ook een een­voudig boek. Vooral als je leest in een voor jou ver­staan­bare taal. Ik bedoel daarmee, dat je de bood­schap leest op je eigen niveau en in de woor­den en taal, die je het beste beheerst: je moedertaal.

Begin­nen doe je in die gedeel­ten die spe­ci­aal voor jou zijn geschreven. Over het alge­meen zijn dat de evan­geliën en de han­delin­gen der apos­te­len. Het smaakt dan al snel naar meer en met dat meerdere staat de bij­bel vol.

This entry was posted in Christendom, Hoe zit 't met ...?, Kernwaarden. Bookmark the permalink.

Geef een reactie