Jezus Christus
Wie was Hij?
Ongeveer tweeduizend jaar nadat Jezus Christus op aarde heeft gewandeld, houdt deze vraag de gemoederen nog altijd bezig. De impact, die Jezus op de samenlevingen na Hem heeft gehad, is moeilijk te overschatten. Geen mens heeft zoveel invloed uitgeoefend en nog steeds, als Hij. We raken niet alleen over Zijn denkbeelden niet uitgesproken, maar ook, en misschien wel met name, raken we niet uitgesproken over Zijn persoon en handelingen, zoals we die in de bijbel terugvinden.
Dat laatste is dan ook het meest indrukwekkend: Jezus sprak tot de verbeelding. Niet vanwege zijn denkbeelden, maar vanwege de manier waarop Hij zich gedroeg en vanwege zijn houding ten opzichte van mens en leven. Als we ons aan de hand van de evangeliën een beeld van Jezus vormen, dan bekruipt ons allemaal het gevoel te willen zijn zoals Hij.
Hoe komt dat? Als we iets van Boeddha lezen of we nemen kennis van Confucius, dan hebben we dat niet. We kunnen ons dan wel verbazen over de diepgang van hun denkbeelden, maar verder dan dat gaat het niet.
Jezus is het prototype van de mens Gods
Ik weet, het klinkt enigszins oneerbiedig, maar in feite was Jezus een prototype. Een prototype is het eerste exemplaar waarin een nieuw concept is toegepast. Een prototype wordt getest voordat het concept seriematig wordt geproduceerd. Alles hangt af van de uitkomst van de proef waaraan men het prototype onderwerpt. Als de test slaagt, kan het concept op meer exemplaren worden toegepast.
De test waaraan met het prototype onderwerpt, beproeft het zwaarder dan onder normale omstandigheden. Men gaat zogezegd een mijl extra, om er maar zeker van te zijn, dat het concept het uithoudt.
Het evangelie naar Johannes is het evangelie dat het diepste ingaat op de achtergrond van Jezus’ komst. Er wordt niet, zoals in twee andere evangeliën, verteld over de geboorte van Jezus. In een paar streken, dat wil zeggen in een paar regels tekst, wordt aangegeven dat Jezus Christus de spil is van al het leven op deze wereld. We zullen vers voor vers het eerste hoofdstuk doornemen.
Johannes 1:1 – 5 In het begin was het Woord; En het Woord was bij God, En het Woord was God; Het was bij God in het begin. Alles is door Hem ontstaan; En zonder Hem is niets ontstaan. In wat bestond, was Hij het leven, En het Leven was het licht der mensen; Het Licht schijnt in de duisternis, Maar de duisternis nam het niet aan.
Wat Johannes hier aangeeft, is dat God in het begin schiep door te spreken. Maar ook dat het spreken van God een doel had. Niet alleen zomaar iets tot stand brengen, maar om een reden. Die reden, hetgeen waardoor God tot spreken besloot, is de grond voor het bestaan van alles. Met andere woorden: het scheppen van hemel en aarde was niet een oprisping van een god, die zich een moment verveelt, maar had een bedoeling.
Het Licht is de openbaring van Gods plan
De reden voor het zijn van de schepping, werd meegeschapen. De mens, als deel van Gods schepping, kon uit het bestaan zelf herleiden, dat er een reden voor zijn aanwezigheid is. Zelfs in de duisternis, waarin de mens na de zondeval terecht is gekomen, scheen dat Licht (het licht van Gods openbaring). En de duisternis nam het niet aan. In een andere vertaling wordt gezegd: de duisternis heeft het niet overmocht. Overmocht is een ouderwetse uitdrukking voor overwinnen. Met andere woorden: de duisternis heeft het licht niet kunnen doven.
Johannes 1:6 – 8 Er kwam een mens, van God gezonden; Johannes was zijn naam. Hij kwam tot getuigenis, om van het Licht te getuigen, Opdat allen door hem zouden geloven. Hijzelf was niet het Licht, Maar hij moest getuigen van het Licht.
Dan wordt er getuigenis gegeven van Johannes de Doper. Hem werd door God geopenbaard, dat God op het punt stond om de reden voor al het geschapene te openbaren. Het Licht dat al die tijd al had geschenen en dat de duisternis niet had kunnen uitdoven, zou nu snel in volle glorie zichtbaar worden.
Johannes 1:9 – 11 Het waarachtige Licht, Dat alle mensen verlicht, Kwam in de wereld. Hij was in de wereld, En ofschoon de wereld door Hem was ontstaan, Erkende de wereld Hem niet. Hij kwam in zijn eigen bezit; Ook de zijnen ontvingen Hem niet.
De reden voor het menselijk bestaan. De grond voor al het leven. God stond op het punt om zijn volledige heerlijkheid en glorie te openbaren. En niemand, zowel de wereld in het algemeen als het religieuze Israël in het bijzonder, heeft Hem erkend. Let er op, dat Johannes dit evangelie schrijft, nadat God zich in Jezus heeft verheerlijkt. Hij kijkt dus als het ware terug naar het begin van Jezus rondwandeling op aarde.
Men zag het Licht, maar negeerde het
Opmerkelijk is ook, dat er wordt gesproken over “erkennen”. Dat is iets anders dan “herkennen”. Erkennen is accepteren; het krijgt een plaats. Met andere woorden: de mensheid zag het wel; men wist ook dat men bij de gratie van het licht bestond. Waar hier op wordt gedoeld is de bewuste ontkenning van iets waarvan men wist (of kon weten) dat het er aan kwam. Maar in plaats van het te verwelkomen, wees men het af.
Opvallend in deze is dan wel, dat het juist een aantal geleerden van heidense oorsprong was, dat op zoek ging naar de Koning der Joden. Hun verhaal kunnen we lezen in de eerste hoofdstukken van de evangeliën, die met name de geboorte van Jezus behandelen. Blijkbaar waren zij, op welke manier dan ook, op de hoogte geraakt van de wereld beïnvloedende gebeurtenissen die aanstaande waren. En zij gingen op weg, bepakt en bezakt met allerlei geschenken, om de Koning der Joden welkom te heten. Maar zij waren de uitzonderingen. Het overgrote deel van de mensheid negeerde de tekenen.
Het punt is dus, dat Johannes in deze eerste verzen ook ons, als heidenen, met de neus op de feiten drukt. God heeft een bedoeling. En dat niet alleen met een groepje joden in het Midden Oosten, maar met de mensheid. En tot op dit moment lag die bedoeling als een soort plan klaar in de kast. God heeft echter wel voortdurend duidelijk gemaakt dat het plan er was en dat het op een bepaald moment voor realisatie uit de kast gehaald zou worden.
En nu is het dan zover. In de volheid van de tijd, brengt God zijn plan, dat al van voor de grondlegging van de wereld klaar was, tot uitvoering. En de uitvoering van dat plan vindt plaats in de persoon van Jezus.
Op deze manier wordt Jezus metterdaad het prototype van de nieuwe, door God gewilde mens.
Johannes vervolgt dan ook:
Johannes 1:12 Doch allen, die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden, hun, die in zijn naam geloven;
(wordt vervolgd)
