De wereld
Vanuit bijbels standpunt betekent “wereld” iets anders dan die bol die op een bepaalde afstand van de zon zijn rondjes maakt. De wereld is een aanduiding van een manier van denken enerzijds en een (geestelijke) situatie anderzijds. Toen Adam en Eva uit de hof werden geplaatst, kwamen ze niet terecht op een andere wereld. Ik twijfel er zelfs over of de (ver)plaatsing wel fysiek was. Maar dat terzijde.
Wezenlijk gaat het er om, dat ze in hun denkwereld buiten de directe tegenwoordigheid van God werden geplaatst. Dat is ook de reden voor de opmerking dat ze “zouden sterven”. Het leven, het Licht, vindt zijn oorsprong in God. Als de mens zichzelf, door een keuze, buiten Gods invloedssfeer stelt, heeft dat onafwendbaar een geestelijk sterven tot gevolg. Vluchten uit de nabijheid van God is natuurlijk niet mogelijk. Er is geen plek te vinden, waar God niet zou zijn. Hij is, zogezegd, alomtegenwoordig.
Je zou kunnen zeggen, dat de mens God de rug toekeerde. Het was niet omgekeerd. Met andere woorden: de mens zag God niet meer, maar Hij was er nog wel. En Hij hield (houdt) de boel steeds nauwgezet in de gaten. De engel met het vlammende zwaard, die de terugkeer naar de hof van Eden blokkeert, symboliseert de onoverbrugbare kloof die is ontstaan tussen de mens en God. De onoverbrugbaarheid geldt echter alleen vanuit de mens richting God. Door de zondeval is een blokkade ontstaan vanuit de mens richting God.
Het wereldse denken is derhalve een denken, dat geen (of in elk geval: niet op de juiste manier) rekening houdt met God. Het kan dat ook niet, omdat God voor wereldse ogen niet te zien – , voor wereldse oren niet te horen – en voor wereldse denkers niet te ervaren is.
Elk mens beseft, of weet in zijn geest, dat er ooit een draai heeft plaatsgevonden. Tenminste degenen die er over na willen denken, realiseren zich dat. Daarom staat er in het eerste hoofdstuk van het evangelie naar Johannes, dat de “wereld Hem niet erkende”. Ieder mens weet dat er in een grijs verleden, een verwijdering in het hart (het wezenskenmerk van de mens) heeft plaatsgevonden.
En ondanks dat de mens niet meer weet hoe het er uit zag, herkent men het direct wanneer het zich aandient. Dat komt omdat de zonde in het hart van de mens het verlangen heeft neergelegd, om het allemaal zelf uit te zoeken en onder controle te houden. En dat is weer het gevolg van een collectief en chronische wantrouwen, waardoor we ons vertrouwen niet op iemand anders kunnen stellen dan onszelf. We willen zelf de controle houden, over welke situatie dan ook.
Er is echter een categorie mensen, die beseft dat hun heil en hun bestemming niet in de wereld te vinden is. Zoals hiervoor is aangegeven, weten ze echter ook niet waar ze het dan wel kunnen vinden. Hiervoor is hulp nodig. Externe hulp. En die hulp komt van Hem, die zich nog altijd achter de rug van de mens bevindt, zonder dat ze dit in de gaten hebben.
Gezindheid is als een bron die iets voortbrengt
Zoals bekend is er een geestelijke – en een niet-geestelijke wereld. Niet-geestelijk is gelijk aan natuurlijk. De natuurlijke wereld is dat wat we met onze zintuigen kunnen ervaren. Op zich is dat neutraal terrein.
Over het algemeen kunnen we zeggen, dat de mensen in de wereld een niet-geestelijke gezindheid hebben. De bijbel spreekt in dit verband over: een vleselijke gezindheid. De vleselijke mens houdt alleen rekening met zichzelf. Hij is egocentrisch. Dat zijn ook degenen die het Licht niet accepteren, alhoewel ze het wel (kunnen) zien en gewoon hun eigen gang gaan.
Er is evenwel een categorie die het Licht wel aannemen. Zij zijn zich bewust van hun eigen tekortkomingen en zijn bereid om hun leven door God te laten leiden. Zij krijgen macht om zich te ontwikkelen als kinderen van God. En om het nog wat scherper te stellen: zij zijn het die in zijn naam geloven. Dat wil zeggen: ze erkennen de autoriteit van God. De mensen met een vleselijke of wereldse gezindheid zullen niet in de naam van God geloven.
Johannes 1:13 die niet uit bloed, noch uit de wil des vlezes, noch uit de wil eens mans, doch uit God geboren zijn.
Het wordt door Johannes benadrukt: Het vlees brengt deze kinderen Gods niet voort. Alleen verantwoordelijk daarvoor is God.
Johannes 1:14 Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond en wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van de eniggeborene des Vaders, vol van genade en waarheid.
De goddelijke mens openbaart zich
Nu wordt Johannes concreet en richt hij de aandacht op de Mens, Jezus. Nadat hij eerst uiteen heeft gezet, dat de uit God geboren mens, het kind Gods, al van voor de grondlegging van de schepping in de gedachte van God was, stelt hij nu dat het eerste exemplaar (het prototype: de eniggeborene van de Vader) “onder ons heeft gewoond”.
Hij getuigt, dat God de Vader in deze Mens tot zijn doel was gekomen: verheerlijkt. Hij heeft het aanschouwd, met andere woorden: Jezus heeft er van getuigd. En Johannes zag dat Hij vol was van genade en waarheid.
Johannes 1:15 – 18 Johannes heeft van Hem getuigd en heeft geroepen, zeggende: Deze was het, van wie ik zeide: Die na mij komt, is voor mij geweest, want Hij was eer dan ik. Immers uit zijn volheid hebben wij allen ontvangen zelfs genade op genade; want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid zijn door Jezus Christus gekomen. Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, die aan de boezem des Vaders is, die heeft Hem doen kennen.
In dit eerste hoofdstuk geeft Johannes zijn lezers een beknopt maar volledig overzicht van Gods plannen en de wijze waarop ze worden uitgewerkt.
Als eerste is daar het getuigenis van Johannes de Doper. Hij geeft aan, dat de Mens eerder was dan hij. Dat het hier niet gaat over een tijdsbepaling, maar om een kwaliteitsaanduiding, wordt duidelijk uit het vers 16. Hier wordt gezegd, dat “wij allen uit zijn volheid hebben ontvangen zelfs genade op genade; want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid zijn door Jezus Christus gekomen”.
De onvolkomen wet
Hier wordt de positie van Johannes vergeleken met die van Mozes, die de wet gaf. Mozes was voor het joodse volk de meest belangrijke persoon van het oude verbond. Hij heeft het volk met de wet als het ware hun identiteit gegeven. Het naleven van de wet, bepaalde de positie van het joodse volk ten opzichte van de rest van de wereld. De wet was dan ook niet voor ieder mens, maar alleen voor het joodse volk. Op dit principe komen we nog terug, als we de wet behandelen.
De wet is echter ondergeschikt aan Degene die de waarheid en genade kwam brengen. Later zullen we zien, dat ook de andere schrijvers in het nieuwe testament, dezelfde mening zijn toegedaan. De wet bracht geen genade, maar veroordeling. De wet toonde dan ook de Vader niet, want ook Deze is vol van genade en waarheid.
Jezus Christus, de Gezalfde Gods, heeft echter de Vader geopenbaard. Met name door de heerlijkheid van God te weerspiegelen in zijn handel en wandel. Je kunt God vergelijken met licht. Het licht zelf kun je niet zien; je ziet echter wel het resultaat van de aanwezigheid van licht als het ergens op valt. Jezus reflecteert God, zoals een voorwerp licht reflecteert. Beter nog is het om Jezus voor te stellen als doorzichtig en helder (ongekleurd) glas; de vorm en omvang ervan wordt pas zichtbaar als er licht doorheen schijnt. Zonder het licht zie je het glazen voorwerp niet. Dat laatste geldt overigens voor elk voorwerp, maar dat terzijde.
God had het in het leven van Jezus voor het zeggen; Hij deed niets buiten God om. Het was de gezindheid van Jezus waardoor Hij volkomen gehoorzaam kon zijn aan God. Hij bevond zich aan de boezem (intiemer kan niet) van de Vader. Het is deze verheerlijking van God die we in Jezus gestalte zien krijgen. Je kunt uit de relatie tussen Jezus en de Vader concluderen: hoe intiemer hoe groter de verheerlijking.
In feite was dus het verschil tussen Jezus en God niet te zien of op een andere manier te ervaren. Wie Mij ziet, zegt Jezus, ziet de Vader. Het is dus onmogelijk om naar Jezus te kijken en dan te concluderen, dat God streng en hardvochtig of wraakzuchtig is. Zo kwam de wet wel over, tenminste bij hen die de achtergrond van de wet niet kenden. Vandaar dat er vanuit de wet ook niet wordt gesproken over genade en waarheid. De wet gaf in zijn beste uitvoering hooguit een vertekend beeld van God. De waarheid wordt niet vertekend, maar puur en volledig getoond in Jezus.
(wordt vervolgd)

Hallo Jurriën,
In één van mijn bijbelstudies (De gevolgen van de zondeval) raak ik diverse punten die jij hier noemt ook aan. Alleen met een andere insteek.
Ik ben zeer benieuwd wat je ervan vind. Mocht je tijd hebben om het te lezen en te reageren: de studie is te vinden op http://www.samenlerendoenwatjezusdeed.nl/bijbelstudies.html