De edele olijf (2)
2010
Uit de oude doos
Hieronder volgt een vraag, die al in 1994 op Koning Jezus.Info was gesteld. Het gaat over het thema Israël. Het antwoord, dat ik toentertijd schreef staat er onder. Ik hoop, dat het opnieuw velen aan het denken zet. En, uiteraard, reacties zijn welkom.
De vraag:
“Het mag nooit de bedoeling zijn om de bijbel te vergeestelijken! Als er staat geschreven: “Israël” dan wordt ook daadwerkelijk Israël bedoeld. De bijbel leert (nooit) of te nimmer geestelijk Israël. De gemeente en Israël zijn wel twee verschillen! Zoals kinderdoop is dat niet anders dan Roomse leer”
Het antwoord:
Israël = Israël: Meervoudig
Formeel gaat het hier niet om vragen, maar om statements. Maar om me er niet al te gemakkelijk van af te maken, kan ik toch uit je opmerkingen een aantal vraagstellingen distilleren:
- “Mag je de bijbel vergeestelijken?”
- “Wordt er in de bijbel met Israël wel eens iets anders als Israël bedoeld?”
- “Leert de bijbel een “geestelijk” Israël?”
- “Is er verschil tussen de gemeente en Israël?”
Geestelijk: Mag je de bijbel vergeestelijken?
Heel kort door de bocht: nee! Wat dat betreft zijn we het dus met elkaar eens. Maar bedoelen we wel hetzelfde? Ik geloof dat je de bijbel altijd letterlijk moet nemen. Het gaat echter vaak over geestelijke zaken in de bijbel. Of liever gezegd: om zaken die alleen geestelijk zijn te begrijpen. Letterlijk geestelijk wel te verstaan.
Het probleem is, dat de bijbel over geestelijke realiteiten spreekt, die geen mens heeft “gezien”. De Schrift bedient zich dus van omschrijvingen, of anders gezegd: van (voor)beelden. Geestelijke principes worden in natuurlijke beelden uitgedrukt. Die omschrijvingen neem je echter wel letterlijk.
Als je dus spreekt over “vergeestelijken” en je bedoelt daarmee het “herkennen” van de geestelijke realiteit achter het omschrevene, dan ben ik het niet met je eens, dat dit niet mag. De Schrift doet immers niet anders! Maar vergeestelijken betekent nooit, dat historische gebeurtenissen, die daadwerkelijk in tijd en plaats hebben plaatsgevonden, worden ontkend. Het kan immers niet zo zijn, dat de Schrift wordt onderworpen aan de menselijke rede en dat wij gaan bepalen wat wel en wat niet “waar” is in letterlijke zin.
Concluderend kan je dus stellen: je moet de Schrift letterlijk nemen, maar wel de geestelijke realiteit onderscheiden, die letterlijk in de bijbel wordt omschreven.
Een verband: Wordt er in de bijbel met Israël wel eens iets anders als Israël bedoeld?
Ook hier weer een duidelijk nee! Als er in de bijbel wordt gesproken over Israël dan bedoelt de schrift ook Israël. De vraag is echter: wat verstaat de Schrift onder “Israël”.
Als je de bijbel nauwkeurig leest, dan wordt duidelijk, dat Israël eigenlijk een titel is. Een eretitel. Als eerste wordt de naam aan Jacob gegeven, nadat deze met de engel heeft gestreden. Israël betekent dan ook: “God strijdt” of “Hij strijdt met God”. Het geeft de nauwe band aan, die er bestaat tussen een volk en zijn God. In die context wordt de benaming Israël dan ook voortdurend gebruikt. Het gaat nooit direct over een etnische afstamming, maar om een relatie. Concreet betekent dit, dat alleen een volk dat een relatie heeft met God, zich onder bepaalde voorwaarden Israël noemen mag. Telkens weer strijdt het volk met God om zijn zegen te verkrijgen of te behouden; telkens ook strijdt God véér Israël tegen zijn vijanden, en dus ook tegen Israël, als dit zich als natuurlijke natie tegen het plan van God richt.
God heeft zich een volk verkozen om zijn plan ten uitvoer te brengen. De natie Israël kan dus op geen enkele wijze een recht laten gelden, puur omdat het Israël heet. Op die manier span je het paard achter de wagen. Rechten zijn er op basis van een belofte en op basis van een verbond. God kiest. Niet Israël of een ander volk kiest. Hieruit volgt, dat de relatie tussen God en het volk Israël gebaseerd is op onderwerping aan het verbond. Zolang Israël zich aan de voorwaarden van het verbond hield, mocht het de titel Israël dragen. Zodra ze zich aan de verbondsvoorwaarden zou onttrekken, zouden op dat moment de rechten vervallen.
Toen Jezus op aarde kwam en zijn werk voleindigde was er een klein deel van het nationale Israël dat de boodschap aannam. De overigen werden verhard: dat wil zeggen, dat zij bleven volharden in hun streven om het op hun eigen manier te doen. Zij kozen niet voor de genade, maar voor de wet. De wet vond echter zijn vervulling in Jezus Christus. Jezus is de exponent van de belofte: De vervulling van het verbond. Het uitverkoren deel van Israël, heeft het verkregen. En zij, staande onder leiding van de hogepriester en Koning, Jezus Christus, vormden het vernieuwde Israël. Eerst alleen vanuit de verte, nu, na de verheerlijking van Jezus Christus, dichtbij. Dit Israël werd de basis van een nieuwe generatie God-lovers (betekenis van “Jood”) en strijders Gods.
Concreet: Israël betekent dus in de Schrift altijd Israël. En in het nieuwe testament heeft dit ware Israël er een “poot” bij gekregen: de heiden, die in Christus gelooft.
Dit alles is reeds lang in het oude testament aangekondigd. Het heeft zijn vervulling echter gekregen in Jezus Christus. En vervolgens heeft dit lichaam, een volk bestaande uit ware Joden en wederomgeboren heidenen, een nieuwe plaats gekregen: de hemelse gewesten. Dat wil zeggen: voor of in de troon van God.
Dit neemt nooit geen keer meer. Het zal niet meer worden zoals het vroeger was. De realiteit is gekomen in Christus. Het heeft dus geen zin meer om terug te keren naar de schaduw, of het beeld.
Geestelijk: Leert de bijbel een ‘geestelijk’ Israël?
Alhoewel je in de eerste instantie zou denken, dat deze vraag al in mijn eerder antwoord is behandeld, is dat toch niet het geval. Als er in de bijbel over Israël wordt gesproken, dan is het ook altijd de bedoeling dat onder Israël ook daadwerkelijk Israël te verstaan. Maar daarmee zijn we er in feite nog niet. Het blijkt namelijk, dat er onder Israël soms meerdere vertakkingen aan te wijzen zijn. Liever gezegd: er blijkt sprake van een Israël in het Israël. Een cirkel in een cirkel, zogezegd.
Zodanig gesproken, is er inderdaad een geestelijk Israël. Een Israël namelijk, dat zich als het ware onder de oppervlakte van het zichtbare Israël bevindt.
Als je de Schrift nauwkeurig leest, zul je ontdekken, dat er binnen de grenzen van het natuurlijke Israël een groep mensen of gelovigen aanwezig is, dat we zouden kunnen aanwijzen als het geestelijk Israël. Zij zijn degenen die begrijpen waar het op aankomt. Zij zijn ook degenen die hebben ingezien, dat God in feite helemaal geen welgevallen heeft aan uiterlijk vertoon, oftewel aan het uiterlijke Israël op zich. Met andere woorden: zijn bevinden zich in het natuurlijke Israël, als joden, maar zij weten dat er nog wat meer komt kijken, om een echte jood te zijn.
Ze hebben tijdens de geschiedenissen in het oude testament een kwijnend bestaan geleid. Vaak waren ze sterk in de minderheid ten opzichte van het wettisch ingestelde Israël, dat geen inzichten had. Ze werden ook vervolgd. De profeten maakten over het algemeen allemaal deel uit van het geestelijke Israël. De Schriftgeleerden maakten over het algemeen deel uit van het wettische Israël. Paulus geeft in het nieuwe testament aan, dat het wettische deel van Israël het geestelijke Israël altijd heeft vervolgd. Hij vergelijkt dat met de strijd tussen Ismaël en Izaak. Ismaël is degene die naar het vlees is verwekt, Izaak is degene die naar de geest is verwekt.
Als Elia aan het eind van zijn bediening uitroept, dat er niemand over is, dan spreekt hij over het geestelijke deel binnen het natuurlijke Israël. God geeft echter aan, dat er nog vele duizenden zijn, die hun knie niet hebben gebogen voor de Baäl. Met andere woorden: ook in de tijd van Elia zijn er nog vele geestelijke Israëlieten overgebleven.
Als Jezus wordt geboren, dan zijn ze er ook. We denken aan Anna en Simeon in de tempel. We denken aan Maria, de moeder van Jezus en we denken aan Elisabeth en haar man, de ouders van Johannes de Doper. Maar we denken natuurlijk ook aan Johannes de Doper zelf en aan de twaalf discipelen. Zij maakten in de dagen van Jezus, allemaal deel uit van het geestelijke Israël. Zij waren degenen die uitkeken naar de komst van de Verlosser, Jezus Christus. En natuurlijk, ook Jezus zelf kun je zien als de exponent van het geestelijk Israël. Zover gekomen, zijn we nu toe aan je laatste vraag:
Gemeente: Is er verschil tussen Israël en de gemeente?
Ja, er is verschil tussen Israël en de gemeente. Israël bestaat uit joden. Het geestelijk Israël bestaat uit geestelijke joden. Maar hoe past daar de gemeente in?
De gemeente is als zodanig iets nieuws. Niet dat er in het oude testament geen sprake was van de gemeente, maar ze bestond in uitvoering toentertijd nog niet. De gemeente is een logisch uitvloeisel van hetgeen Jezus aan het kruis heeft volbracht. De gemeente is nieuw-testamentisch. Maar de vraag is nu: als er sprake is van de gemeente, hoe verhoudt zich dat dan tot het Israël, dan wel het geestelijk Israël?
Er zijn Christenen die er van uitgaan, dat de gemeente er, in het algehele en wereldomvattende plan, tussen is gevoegd. Dat wil in hun optiek zeggen, dat Israël terzijde is gesteld, tijdelijk dan wel te verstaan. In die ‘pauze’ houdt God zich met de heidenen bezig. De bekeerde heidenen verzamelen zich in de gemeente. Als de gemeente volgroeid is, wordt zij opgenomen en vervolgt God zijn handelen met Israël.
Deze hierboven geschilderde gedachte is naar onze mening onbijbels. Het breekt het handelen van God met de mensheid in diverse stukken. Daarnaast is er in de Schrift in het geheel geen grond voor een dergelijke opstelling. Het wekt vals (lees: religieus) sentiment in de hand en het degradeert Gods plan met deze wereld tot een handeling op slachtvelden in de natuurlijke wereld.
We hebben reeds veel geschreven over het geestelijke Israël. In dit antwoord kan ik er aan toevoegen, dat Gods plan geen tweesporen beleid betreft. Er is één plan, dat al vanaf het begin der schepping in beweging is.
Uiteindelijk is het de bedoeling dat er één volk is, dat bestaat uit wederomgeboren joden en wederomgeboren heidenen. Dat volk heet: de gemeente. Maar één ding dienen we nog duidelijk te stellen: de gemeente is gebouwd op het volk, dat er in het oude testament al was. Dat oude volk is als het ware opgelost in de gemeente. ‘t Is één kudde geworden onder de leiding van één Herder, Jezus Christus. Dat oude volk was het geestelijke Israël.
Binnen het kader van het nieuwe testament, zou je kunnen zeggen, dat het geestelijk Israël een vervolg heeft gekregen in de bekering van de heidenen. Zij zijn aan de stam toegevoegd. Samen met de geestelijke Israëlieten zijn zij één en mag je, zonder enig onderscheid te maken tussen de één en de ander, spreken van het geestelijke Israël.
Conclusie: de gemeente is het geestelijk Israël. Het is echter, vanuit de geschiedenis kijkend, beter om te zeggen: het geestelijk Israël is de gemeente geworden.


maart 8th, 2010 om 17:52
Interessant geschreven, vooral heel open geschreven! Dat vindt ik bewonderenswaardig.
In grote lijnen denken we hier het zelfde over, al noemen Kingdom en Reconstruction Movement, deze leer dus verbondsleer.
Ik lees spoedig meer van je,
Ik vindt het een goede website, en geloof dat je effectief kunt zijn.
Gods zegen,
Jonathan
http://www.Kingdommovement.nl