De edele olijf (2)

Uit de oude doos

Toch is het typ­isch, dat men bij het fotograferen van Jeruza­lem altijd “die” moskee meeneemt.

Hieron­der volgt een vraag, die al in 1994 op Kon­ing Jezus.Info was gesteld. Het gaat over het thema Israël. Het antwo­ord, dat ik toen­ter­tijd schreef staat er onder. Ik hoop, dat het opnieuw velen aan het denken zet. En, uit­er­aard, reac­ties zijn welkom.

De vraag:

“Het mag nooit de bedoel­ing zijn om de bij­bel te vergeestelijken! Als er staat geschreven: “Israël” dan wordt ook daad­w­erke­lijk Israël bedoeld. De bij­bel leert (nooit) of te nim­mer geestelijk Israël. De gemeente en Israël zijn wel twee ver­schillen! Zoals kinder­doop is dat niet anders dan Roomse leer”

Het antwo­ord:

Israël = Israël: Meervoudig

Formeel gaat het hier niet om vra­gen, maar om state­ments. Maar om me er niet al te gemakke­lijk van af te maken, kan ik toch uit je opmerkin­gen een aan­tal vraag­stellin­gen distilleren:

  • “Mag je de bij­bel vergeestelijken?”
  • “Wordt er in de bij­bel met Israël wel eens iets anders als Israël bedoeld?”
  • “Leert de bij­bel een “geestelijk” Israël?”
  • “Is er ver­schil tussen de gemeente en Israël?”

Geestelijk: Mag je de bij­bel vergeestelijken?

Heel kort door de bocht: nee! Wat dat betreft zijn we het dus met elkaar eens. Maar bedoe­len we wel het­zelfde? Ik geloof dat je de bij­bel altijd let­ter­lijk moet nemen. Het gaat echter vaak over geestelijke zaken in de bij­bel. Of liever gezegd: om zaken die alleen geestelijk zijn te begri­jpen. Let­ter­lijk geestelijk wel te verstaan.

Het prob­leem is, dat de bij­bel over geestelijke realiteiten spreekt, die geen mens heeft “gezien”. De Schrift bedi­ent zich dus van omschri­jvin­gen, of anders gezegd: van (voor)beelden. Geestelijke principes wor­den in natu­urlijke beelden uitge­drukt. Die omschri­jvin­gen neem je echter wel letterlijk.

Als je dus spreekt over “vergeestelijken” en je bedoelt daarmee het “herken­nen” van de geestelijke realiteit achter het omschrevene, dan ben ik het niet met je eens, dat dit niet mag. De Schrift doet immers niet anders! Maar vergeestelijken betekent nooit, dat his­torische gebeurtenis­sen, die daad­w­erke­lijk in tijd en plaats hebben plaats­gevon­den, wor­den ontk­end. Het kan immers niet zo zijn, dat de Schrift wordt onder­wor­pen aan de menselijke rede en dat wij gaan bepalen wat wel en wat niet “waar” is in let­ter­lijke zin.

Con­clud­erend kan je dus stellen: je moet de Schrift let­ter­lijk nemen, maar wel de geestelijke realiteit onder­schei­den, die let­ter­lijk in de bij­bel wordt omschreven.

Een ver­band: Wordt er in de bij­bel met Israël wel eens iets anders als Israël bedoeld?

Ook hier weer een duidelijk nee! Als er in de bij­bel wordt gespro­ken over Israël dan bedoelt de schrift ook Israël. De vraag is echter: wat ver­staat de Schrift onder “Israël”.

Als je de bij­bel nauwkeurig leest, dan wordt duidelijk, dat Israël eigen­lijk een titel is. Een ereti­tel. Als eerste wordt de naam aan Jacob gegeven, nadat deze met de engel heeft gestre­den. Israël betekent dan ook: “God stri­jdt” of “Hij stri­jdt met God”. Het geeft de nauwe band aan, die er bestaat tussen een volk en zijn God. In die con­text wordt de benam­ing Israël dan ook voort­durend gebruikt. Het gaat nooit direct over een etnis­che afs­tam­ming, maar om een relatie. Con­creet betekent dit, dat alleen een volk dat een relatie heeft met God, zich onder bepaalde voor­waar­den Israël noe­men mag. Telkens weer stri­jdt het volk met God om zijn zegen te verkri­j­gen of te behouden; telkens ook stri­jdt God véér Israël tegen zijn vijan­den, en dus ook tegen Israël, als dit zich als natu­urlijke natie tegen het plan van God richt.

God heeft zich een volk verkozen om zijn plan ten uitvoer te bren­gen. De natie Israël kan dus op geen enkele wijze een recht laten gelden, puur omdat het Israël heet. Op die manier span je het paard achter de wagen. Rechten zijn er op basis van een belofte en op basis van een ver­bond. God kiest. Niet Israël of een ander volk kiest. Hieruit volgt, dat de relatie tussen God en het volk Israël gebaseerd is op onder­w­er­p­ing aan het ver­bond. Zolang Israël zich aan de voor­waar­den van het ver­bond hield, mocht het de titel Israël dra­gen. Zodra ze zich aan de ver­bondsvoor­waar­den zou ont­trekken, zouden op dat moment de rechten vervallen.

Toen Jezus op aarde kwam en zijn werk voleindigde was er een klein deel van het nationale Israël dat de bood­schap aan­nam. De overi­gen wer­den ver­hard: dat wil zeggen, dat zij bleven vol­harden in hun streven om het op hun eigen manier te doen. Zij kozen niet voor de genade, maar voor de wet. De wet vond echter zijn vervulling in Jezus Chris­tus. Jezus is de expo­nent van de belofte: De vervulling van het ver­bond. Het uitverko­ren deel van Israël, heeft het verkre­gen. En zij, staande onder lei­d­ing van de hoge­priester en Kon­ing, Jezus Chris­tus, vor­m­den het vernieuwde Israël. Eerst alleen vanuit de verte, nu, na de ver­heer­lijk­ing van Jezus Chris­tus, dicht­bij. Dit Israël werd de basis van een nieuwe gen­er­atie God-lovers (beteke­nis van “Jood”) en stri­jders Gods.

Con­creet: Israël betekent dus in de Schrift altijd Israël. En in het nieuwe tes­ta­ment heeft dit ware Israël er een “poot” bij gekre­gen: de hei­den, die in Chris­tus gelooft.

Dit alles is reeds lang in het oude tes­ta­ment aangekondigd. Het heeft zijn vervulling echter gekre­gen in Jezus Chris­tus. En ver­vol­gens heeft dit lichaam, een volk bestaande uit ware Joden en wederomge­boren hei­de­nen, een nieuwe plaats gekre­gen: de hemelse gewesten. Dat wil zeggen: voor of in de troon van God.

Dit neemt nooit geen keer meer. Het zal niet meer wor­den zoals het vroeger was. De realiteit is gekomen in Chris­tus. Het heeft dus geen zin meer om terug te keren naar de schaduw, of het beeld.

Geestelijk: Leert de bij­bel een ‘geestelijk’ Israël?

Alhoewel je in de eerste instantie zou denken, dat deze vraag al in mijn eerder antwo­ord is behan­deld, is dat toch niet het geval. Als er in de bij­bel over Israël wordt gespro­ken, dan is het ook altijd de bedoel­ing dat onder Israël ook daad­w­erke­lijk Israël te ver­staan. Maar daarmee zijn we er in feite nog niet. Het blijkt namelijk, dat er onder Israël soms meerdere ver­takkin­gen aan te wijzen zijn. Liever gezegd: er blijkt sprake van een Israël in het Israël. Een cirkel in een cirkel, zogezegd.

Zodanig gespro­ken, is er inder­daad een geestelijk Israël. Een Israël namelijk, dat zich als het ware onder de opper­vlakte van het zicht­bare Israël bevindt.

Als je de Schrift nauwkeurig leest, zul je ont­dekken, dat er bin­nen de gren­zen van het natu­urlijke Israël een groep mensen of gelovi­gen aan­wezig is, dat we zouden kun­nen aan­wi­jzen als het geestelijk Israël. Zij zijn dege­nen die begri­jpen waar het op aankomt. Zij zijn ook dege­nen die hebben ingezien, dat God in feite hele­maal geen wel­gevallen heeft aan uiter­lijk ver­toon, oftewel aan het uiter­lijke Israël op zich. Met andere woor­den: zijn bevin­den zich in het natu­urlijke Israël, als joden, maar zij weten dat er nog wat meer komt kijken, om een echte jood te zijn.

Ze hebben tij­dens de geschiedenis­sen in het oude tes­ta­ment een kwi­j­nend bestaan geleid. Vaak waren ze sterk in de min­der­heid ten opzichte van het wet­tisch ingestelde Israël, dat geen inzichten had. Ze wer­den ook ver­volgd. De pro­feten maak­ten over het alge­meen alle­maal deel uit van het geestelijke Israël. De Schrift­geleer­den maak­ten over het alge­meen deel uit van het wet­tis­che Israël. Paulus geeft in het nieuwe tes­ta­ment aan, dat het wet­tis­che deel van Israël het geestelijke Israël altijd heeft ver­volgd. Hij vergelijkt dat met de strijd tussen Ismaël en Izaak. Ismaël is degene die naar het vlees is ver­wekt, Izaak is degene die naar de geest is verwekt.

Als Elia aan het eind van zijn bedi­en­ing uitroept, dat er nie­mand over is, dan spreekt hij over het geestelijke deel bin­nen het natu­urlijke Israël. God geeft echter aan, dat er nog vele duizen­den zijn, die hun knie niet hebben gebo­gen voor de Baäl. Met andere woor­den: ook in de tijd van Elia zijn er nog vele geestelijke Israëli­eten overgebleven.

Als Jezus wordt geboren, dan zijn ze er ook. We denken aan Anna en Simeon in de tem­pel. We denken aan Maria, de moeder van Jezus en we denken aan Elis­a­beth en haar man, de oud­ers van Johannes de Doper. Maar we denken natu­urlijk ook aan Johannes de Doper zelf en aan de twaalf discipe­len. Zij maak­ten in de dagen van Jezus, alle­maal deel uit van het geestelijke Israël. Zij waren dege­nen die uitkeken naar de komst van de Ver­losser, Jezus Chris­tus. En natu­urlijk, ook Jezus zelf kun je zien als de expo­nent van het geestelijk Israël. Zover gekomen, zijn we nu toe aan je laat­ste vraag:

Gemeente: Is er ver­schil tussen Israël en de gemeente?

Ja, er is ver­schil tussen Israël en de gemeente. Israël bestaat uit joden. Het geestelijk Israël bestaat uit geestelijke joden. Maar hoe past daar de gemeente in?

De gemeente is als zodanig iets nieuws. Niet dat er in het oude tes­ta­ment geen sprake was van de gemeente, maar ze bestond in uitvo­er­ing toen­ter­tijd nog niet. De gemeente is een logisch uitvloeisel van het­geen Jezus aan het kruis heeft vol­bracht. De gemeente is nieuw-testamentisch. Maar de vraag is nu: als er sprake is van de gemeente, hoe ver­houdt zich dat dan tot het Israël, dan wel het geestelijk Israël?

Er zijn Chris­te­nen die er van uit­gaan, dat de gemeente er, in het alge­hele en werel­dom­vat­tende plan, tussen is gevoegd. Dat wil in hun optiek zeggen, dat Israël terz­i­jde is gesteld, tijdelijk dan wel te ver­staan. In die ‘pauze’ houdt God zich met de hei­de­nen bezig. De bekeerde hei­de­nen verza­me­len zich in de gemeente. Als de gemeente vol­groeid is, wordt zij opgenomen en ver­volgt God zijn han­de­len met Israël.

Deze hier­boven geschilderde gedachte is naar onze mening onbi­j­bels. Het breekt het han­de­len van God met de men­sheid in diverse stukken. Daar­naast is er in de Schrift in het geheel geen grond voor een dergelijke opstelling. Het wekt vals (lees: religieus) sen­ti­ment in de hand en het degradeert Gods plan met deze wereld tot een han­del­ing op slachtvelden in de natu­urlijke wereld.

We hebben reeds veel geschreven over het geestelijke Israël. In dit antwo­ord kan ik er aan toevoe­gen, dat Gods plan geen tweesporen beleid betreft. Er is één plan, dat al vanaf het begin der schep­ping in beweg­ing is.

Uitein­delijk is het de bedoel­ing dat er één volk is, dat bestaat uit wederomge­boren joden en wederomge­boren hei­de­nen. Dat volk heet: de gemeente. Maar één ding dienen we nog duidelijk te stellen: de gemeente is gebouwd op het volk, dat er in het oude tes­ta­ment al was. Dat oude volk is als het ware opgelost in de gemeente. ‘t Is één kudde gewor­den onder de lei­d­ing van één Herder, Jezus Chris­tus. Dat oude volk was het geestelijke Israël.

Bin­nen het kader van het nieuwe tes­ta­ment, zou je kun­nen zeggen, dat het geestelijk Israël een ver­volg heeft gekre­gen in de bek­er­ing van de hei­de­nen. Zij zijn aan de stam toegevoegd. Samen met de geestelijke Israëli­eten zijn zij één en mag je, zon­der enig onder­scheid te maken tussen de één en de ander, spreken van het geestelijke Israël.

Con­clusie: de gemeente is het geestelijk Israël. Het is echter, vanuit de geschiede­nis kijk­end, beter om te zeggen: het geestelijk Israël is de gemeente geworden.

Een reactie op “De edele olijf (2)”

  1. Jonathan Overgoor zegt:

    Inter­es­sant geschreven, vooral heel open geschreven! Dat vindt ik bewonderenswaardig.

    In grote lij­nen denken we hier het zelfde over, al noe­men King­dom en Recon­struc­tion Move­ment, deze leer dus verbondsleer.

    Ik lees spoedig meer van je,

    Ik vindt het een goede web­site, en geloof dat je effec­tief kunt zijn.

    Gods zegen,

    Jonathan
    http://www.Kingdommovement.nl

Laat een reactie achter