Wegen en Kruispunten (Jezus Christus) 3

De belan­grijkheid van Jezus voor heel de schepping

Een “enigszins” gero­man­tiseerde weer­gave van de geboorte van Jezus

Met de geboorte van Jezus wordt een start gemaakt met de uitvo­er­ing van Gods heil­s­plan. God heeft echter de komst van Jezus regel­matig aangekondigd. In de brief aan de Hebreeën staat:

Hebreeën 1:1 Nadat God eerti­jds vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gespro­ken had in de pro­feten, heeft Hij nu in het laatst der dagen tot ons gespro­ken in de Zoon,

Als we deze tekst naast de tekst leggen, die we hier­voor hebben behan­delt, valt ons op dat er opnieuw sprake is van spreken. Van een Woord, zogezegd. God spreekt blijk­baar door mensen heen. Nu lijkt dat niet meer dan logisch, maar blijkens de tekst heeft God dit via de pro­feten gedaan op vele wijzen (manieren). Dus niet alleen door het spreken als zodanig.

Op vergelijk­bare wijze “spreekt” God dus nu in de Zoon. Dat betekent niet, dat we moeten luis­teren met onze natu­urlijke oren, maar dat we geestelijk moeten luis­teren. We moeten er oog voor hebben, om maar een ander zin­tuig te noe­men. Daar­naast heeft Jezus ons in de bij­bel zelf niet zoveel woor­den en predik­ing nage­laten, dus zouden we snel uit­geluis­terd zijn.


Het gaat dus om iets meer dan alleen woor­den. Jezus zelf kan wor­den gezien als een spreken van God. In het evan­gelie van Johannes lazen we al dat Jezus het Woord van God wordt genoemd. En vol­gens onze tekst in Hebreeën spreekt God in de tot­stand­kom­ing van Jezus, als de vol­maakte Zoon van God, het laat­ste woord.

In de peri­o­den die vooraf­gaan aan de geboorte van Jezus heeft God door zijn spreken al het één en ander voor­bereid. Dat is ook nodig, want Jezus is, als Hij wordt geboren, een onbeschreven blad.

De schri­jvers van het nieuwe tes­ta­ment (wat overi­gens in dit ver­band een prima uit­drukking is: een tes­ta­ment is een omschri­jv­ing van een nalaten­schap) raken er in feite niet over uit­ge­spro­ken. Het principe dat steeds weer naar voren komt, is dat God omwille van de mens in eerste instantie de schep­ping heeft overgegeven aan de vruchteloosheid. Maar dat God dat niet heeft gedaan zon­der een belofte te geven. Een belofte is een een­z­i­jdig ver­bond, dat je afs­luit. Of die ander dat nu goed vindt of niet. Een belofte is ook altijd ten goede van degene aan wie de belofte wordt gedaan.

De inhoud van de belofte is dus van belang. Wat God doet is beloven, dat het, ondanks de mis­stap van de mens, met de schep­ping toch in orde komt. Het is echter in directe zin geen her­s­tel (dat wordt het uitein­delijk natu­urlijk in prak­tis­che zin wel), maar het realis­eren van het oor­spronke­lijke plan. We zouden kun­nen zeggen, dat door de val van de mens een pauze is inge­last. Dit is echter niet hele­maal het geval, omdat de val van de schep­ping deel uit­maakt van het oor­spronke­lijke plan van God. Vanuit de mens gezien, zouden we het echter wel als een soort pauze kun­nen zien. Zeker als we bedenken, dat er gedurende de pauze niets gebeurt: de vruchteloosheid.

God bereidt de weg

God is echter met de voor­berei­d­ing bezig. Hij zet als het ware de ingrediën­ten van het gerecht al klaar, zodat Hij straks onafge­bro­ken met de berei­d­ing van het feestmaal bezig kan zijn. De keuze voor het gerecht is echter al lang van te voren gemaakt.

Het gerecht dat op tafel komt is de Zoon van God. De Zoon van God komt er echter via een omweg. Die omweg is nodig, om de komst van de Zoon goed voor te kun­nen berei­den. Bij het voor­berei­den hoort ook het uitn­odi­gen van de gas­ten. En voor het uitn­odi­gen van gas­ten is tijd nodig. Nie­mand mag wor­den overgeslagen.

Maar, zoals dat met een bruiloft ook vaak het geval is, alles staat in het teken ervan. Het huwelijk is de reden en alles staat het ten dien­ste. Zelfs de bruid en de bruide­gom bestaan bij de gratie van het huwelijk. Ze zijn geboren om uitein­delijk met elkaar in het huwelijk te tre­den. Als de man en de vrouw niet met elkaar trouwen, is hun aan­wezigheid op deze wereld zon­der inhoud. Ze kom­men niet tot hun doel, want hun doel is samenzijn.

Zo is de reden voor alles dat bestaat, de Zoon van God. Ik wijs er op, dat bij de geboorte van Jezus wordt gezegd: men zal Hem noe­men ‘Immanuel’, wat betekent: God met ons! Van­daar dat er zoveel tek­sten in het nieuwe tes­ta­ment te vin­den zijn, die de Zoon van God als grond of basis van alles omschri­jven. Men geeft daarmee de belan­grijkheid aan. Zon­der Zoon heeft het alle­maal geen zin.

In Hem wordt het ‘God met ons’ gere­aliseerd. En dat is waar het uitein­delijk om draait: om het ver­bond, het huwelijk, tussen God en de kroon op Zijn schep­ping: de mens. Maar dat alles wordt mogelijk gemaakt door Jezus. Daarom toont God zijn bli­jd­schap door Jezus te over­laden met eerbewijzen.

Door Jezus blijkt ook God de Waarheid te spreken, van­daar dat Jezus zegt: Ik ben de Waarheid. Door Jezus komt de mens, die in Zijn naam geloofd, tot leven, van­daar dat Jezus zegt: Ik ben het Leven. Door Jezus is het mogelijk, dat de mens de weg naar de real­isatie van zijn eigen zoon­schap van God bewan­delt, van­daar dat Jezus zegt: Ik ben de Weg.

De mens, die gelooft in de Naam van Jezus, hoeft om die reden niet meer zijn eigen boon­t­jes te doppen. Hij is bevrijd van het ploeteren en sjouwen in eigen kracht. De zon­den die hem zo zwaar wer­den en die hem steeds verder deden afgli­j­den in de duis­ter­nis, zijn van hem afgenomen.

De schri­jvers van het nieuwe tes­ta­ment zijn zo van deze waarheid door­dron­gen, dat zij maar één ding zien: Jezus met eer en heer­lijkheid gekroond. Als zij hun mond open­doen, komt er maar één ding uit: Jezus is Heer.

Je zou de vraag kun­nen stellen op welk moment Jezus als Heer wordt geopen­baard. Zoveel is in elk geval duidelijk; na de opstand­ing. Paulus roept uit in:

Romeinen 1:4 naar de geest der hei­ligheid door zijn opstand­ing uit de doden verk­laard Gods Zoon te zijn in kracht, Jezus Chris­tus, onze Here,

De grond voor de Heer­lijkheid van Jezus ligt in het feit, dat Hij voor ons stierf. En niet alleen dat: het erg­ste dat Jezus overk­wam, was niet dat Hij op een dergelijke manier de dood moest vin­den, maar dat Hij het lij­den zon­der de Vader moest ondergaan.

De uitroep van Jezus aan het kruis, dat ‘alles is vol­bracht’, duidt op een taak die was te vervullen. De tra­di­tionele uit­leg daar­van is, dat Jezus met zijn leven (zijn bloed) voor onze zon­den betaalde. Dit is de leer gebaseerd op genoeg­doen­ing. Ik laat in het mid­den of de betal­ing werd gedaan aan de Vader of aan de duivel. Er is echter nog een andere uit­leg mogelijk.

Als Jezus uitroept: ‘het is vol­bracht’, dan heeft Hij zijn weg ten einde toe afgelegd. Hij heeft de goede strijd gestre­den en heeft over­won­nen. Wat was de goede strijd van Jezus? Dat was: Vasthouden aan de keus om zich in alles te laten lei­den door God de Vader en op geen enkel moment iets te doen tot eigen eer.

In geen enkel opzicht wilde Hij iets vol­bren­gen in eigen kracht. En net zoals Job door de duivel op de proef werd gesteld, werd ook Jezus door de duivel op de proef gesteld, van­wege het getu­ige­nis van God de Vader over Hem. Job hoefde echter zijn leven niet te geven, omdat Job de strijd voor zichzelf streed. Jezus leed echter voor ons. Zijn vol­houden was ten gun­ste van al diege­nen die op Hem hun vertrouwen zouden stellen.

Van­daar dat ik eerder opmerkte, dat zelfs God de Vader zijn adem inhield, toen Jezus stierf aan het kruis. Jezus moest die weg alleen gaan; om die reden liet zelfs de Vader Hem alleen: net zoals de eerste mens, Adam, op zichzelf kwam te staan en geen zicht meer had op God van­wege de zonde, onderg­ing Jezus aan het kruis van Gol­go­tha het­zelfde. Echter niet van­wege Zijn zon­den, maar om die van ons.

Later zullen we nog uit­ge­breid op dit principe terugkomen. Wij zijn nu zover, dat we de ontwik­kel­ing van Jezus, vanaf Zijn geboorte, tot aan Zijn ster­ven aan het kruis, kun­nen bespreken. Want hoe is Hij tot de con­clusie gekomen, dat Hij een taak te vervullen had? Met andere woor­den: hoe wist Jezus zelf, dat Hij de Zoon van God was?

Als eerder aangegeven, heeft God de komst van Jezus voor­bereid. Om deze reden staat er ook, dat Jezus werd geboren in de vol­heid van de tijd. Dat is een oud­er­wetse manier om te zeggen, dat de tijd er rijp voor was.

(wordt ver­volgd)

Laat een reactie achter