Kerk versus Gemeente
Kerkplanter
Ik had er nog nooit van gehoord. Blijkbaar was ik de enige. Inmiddels ben ik de kreet een flink aantal keer tegen gekomen.
In het Nederlands Dagblad van 16 januari 2010 konden we zelfs kennis nemen van een voornemen van de Vrije Universiteit om een hoogleraar voor de nieuwe leerstoel “missionaire kerkplanting en christelijke gemeenschapsvorming in een seculiere omgeving” aan te stellen. Men werft internationaal, dus de hoogleraar kan overal vandaan komen. En de Nederlanders kennende, halen ze zo’n persoon het liefst uit het buitenland.
What the …. is een kerkplanter?
Het artikel geeft als reden voor het aanstellen van de hoogleraar het seculariserende Europa en een afkalvend georganiseerd christendom. Als je dit tot je door laat dringen, dan hebben we geen behoefte aan een kerkplanter, maar aan een hersteller van bressen. Een hoogleraar kerkrenovatie, dus eigenlijk.
Of is het de bedoeling, dat de kerken gewoon verder leeg lopen en dat we op de puinhopen van het eens goed georganiseerde christendom, gewoon opnieuw beginnen? Net zoals je de bomen en struiken uit een vervallen tuin haalt en humus gebruikt om de grond opnieuw vruchtbaar te maken.
Als ik er zo over nadenkt, is een kerkplanter gedacht vanuit ons sterk geseculariseerde denken, gewoon een manager. In de bijbel vind ik de functie in elk geval niet terug. Wel zie ik, met name in de brieven van Paulus, het functioneren van een soort manager. Alleen noemen we daar die persoon geen kerkplanter, maar een apostel.
Ik vermoed dat we die hoogleraar geen apostel kunnen noemen, want dan komt er natuurlijk niemand om de leerstoel te bezetten. Nee, dan is kerkplanter veiliger. Ook minder geestelijk. Dus meer de manager. Want het maakt voor een goede manager niet uit wat er te managen valt. Managen betekent in dit opzicht ook gewoon structuur aanbrengen en de ontwikkeling coördineren. Hij stelt ook doelen, die gehaald moeten worden. Ook zorgt hij er voor, dat degenen die niet vruchtbaar in de onderneming staan, iets anders gaan doen of op een andere plek terecht komen. Uiteindelijk gaat het om de pegels.
Nu is een dergelijk management in een kerk wel nodig. Maar dan hebben we het niet over het geestelijke aspect van een kerk. Want wat is nu eigenlijk een kerk?
Wat is een kerk?
Een kerk is een door mensen ingesteld en georganiseerd verband. In feite is de kerk een plek (of een mogelijkheid), waar gelovigen samen kunnen komen. In feite kun je als gelovige overal samen komen. Maar ben je dan een kerk? Nee, natuurlijk niet. Want een kerk is naast een gebouw ook een structuur van regels en wetten. Dat maakt de ene kerk van de andere verschillend.
In de regels en wetten (statuten) is vastgelegd op welke manier God aanbeden dient te worden en wanneer dat moet gebeuren. Sommigen vinden twee keer per zondag noodzakelijk; anderen doen het één keer op een zondag. Door de week zijn er dan de bijbelstudies en bidstonden (oud woord voor uren. Duits: Stunden). ‘t Liefst op woensdag, want dat breekt de week lekker door de helft.
Ook zijn er leidinggevenden aangesteld, die moeten controleren of de regels wel goed worden nageleefd. En zo nu en dan worden de gemeenteleden bezocht en aangespoord om in elk geval op zondag aanwezig te zijn en de tienden af te dragen. Per slot van rekening zegt ook de bijbel, niet de onderlinge bijeenkomsten te verzuimen.
Uiteraard zullen veel trouwe kerkgangers nu gaan steigeren. En inderdaad is het allemaal wat simpel en kort door de bocht. Maar laat dan de gedachten er eens over gaan: hoe ervaar je dan de kerk? Ik wijs er de traditionele kerkgangers op, dat er fundamenteel geen verschil is tussen het volk Israël in het oude verbond en de kerk heden ten dage. Zoals je vroeger tot het volk Israël kon horen door je te houden aan een aantal regels, kun je nu lid zijn van een kerk, ook weer door je te houden aan een aantal regels. En op de keper beschouwd zijn die regels nog dezelfde ook!
In Israël werd je besneden; in de kerk wordt je als kind gedoopt. In Israël hield je de wet; in de kerk kennen we de wet! en leerregels. In Israël kende men de priesterklasse die onderwees; in de kerk sturen we eerst mensen naar de universiteit en raken vervolgens onder de indruk van hun titels. Op deze manier is de kerk letterlijk in de plaats gekomen van Israël en is dus de kritiek van veel “vrienden” van Israël terecht!
En nu stellen we weer een hoogleraar kerkplanting aan. Het doet me denken aan wat de schrift aangeeft in 2 Timotheüs 4:3 “Want er komt een tijd, dat de mensen de gezonde leer niet meer zullen verdragen, maar omdat hun gehoor verwend is, naar hun eigen begeerte zich tal van leraars zullen bijeenhalen”. Nu is dit niet helemaal wat er in dit tekstgedeelte wordt bedoeld, maar toch! In elk geval blijkt wel, dat de mensen in staat zijn om hetgeen ze willen horen geheel in eigen hand kunnen houden.
Vooral omdat de kerk op zich puur mensenwerk is, zal men de regie niet uit handen geven. Dat komt, omdat de geest van de secularisatie zich al lang geleden van de kerk meester heeft gemaakt. Al vele eeuwen is de kerk meer een politieke, dan een geestelijke grootmacht. Maar omdat het met het denken te maken heeft, geldt het probleem in feite alle kerken. Of het nu een grote of een kleine kerk betreft.
Steeds als er regels en wetten gaan mee spelen, val je als het ware terug op aarde. Dat komt omdat de mens het graag zelf onder controle houdt. Het is voor hem praktisch onmogelijk iets uit handen te geven.
Wat is de Gemeente?
De Gemeente is onzichtbaar. Dat komt om dat ze bestaat uit wedergeboren christenen. Dat zie je aan de buitenkant niet. Nu wil het geval, dat christenen heel graag samenkomen. Dat geldt overigens niet alleen voor christenen; in feite geldt dat voor alle mensen. De mens is een sociaal wezen.
Telkens als een groepje mensen bij elkaar komt om elkaar hun christen-zijn te beleven, kun je spreken van de Gemeente. Ze komen dan samen om door elkaar bemoedigd te worden en om elkaar te bemoedigen. Men zoekt de gemeenschap op. De bijbel spreekt dan over samenkomen in de naam van Jezus.
Alleen omdat elke christen ook nog met zijn beide benen in de wereld staat en er plaats – en aan de tijd gerelateerde wetten gelden, is het nodig om afspraken met elkaar te maken. Zodra er christenen zijn, die met elkaar willen samenkomen, ontstaat de vraag hoe dat dan het beste kan gebeuren. Je hebt immers maar beperkt tijd. Daarnaast is ook elke christen niet op hetzelfde geestelijke niveau. De één is net christen; de ander is het al jaren. De één begint net de bijbel te lezen; de ander heeft hem al drie keer versleten. Je moet dus afspraken maken. Met andere woorden: ook hier lopen we weer het gevaar van kerkvorming (of moet ik hier dan spreken van kerkplanting?)
De gemeente bestaat bij de gratie van christenen die samen komen. Je de volgende statements kunnen maken:
- de kerk is door mensen gemaakt; de gemeente wordt door God samengesteld.
- De kerk is van de natuurlijke wereld; de gemeente is van de geestelijke wereld.
- De kerk is zichtbaar; de gemeente is onzichtbaar.
- De kerk is vruchteloos; de gemeente is levend.
Het is belangrijk om te beseffen, dat niemand behouden is door lid te zijn van een kerk. De rooms katholieke kerk heeft dit wel altijd gezegd. In feite komt daar ook de kinderdoop vandaan. De protestanten hebben dit later in verband gebracht met de verbondsgedachte. Als je als kind gedoopt bent, maak je deel uit van de kerk. Op deze manier wordt gewaarborgd, dat een kind niet verloren gaat, ook al gelooft het zelf niet. Dat dit een verdraaiing is van het bijbelse standpunt is nu niet relevant. Ik wil er wel mee aangeven, dat het lid zijn van de kerk bij sommigen betekent, dat je behouden bent.
Dat dit in de praktijk niet zo werkt, bewijst een opmerking, die een “kerkplanter” maakte op het CIP. Hij gaf aan, dat:
“Talloze christenen schreeuwen om verder te komen met God”
Dat heeft alles te maken met het feit, dat de kerk niet equivalent is met de gemeente. In elke kerk zijn gelovigen, ongelovigen en christenen aanwezig. In de Gemeente zijn alleen maar christenen aanwezig. De kerk spoort dus niet per definitie met de gemeente. Er zijn hooguit overlappingen. Overigens geldt dit alles ook voor minder traditionele kerken als pinkstergemeenten en evangelische groepen. Overal heb je te maken met die drie categorieën.
In het algemeen noemen we iedereen die lid is van de één of andere christelijk georiënteerde kerk een christen. Dat is makkelijk voor buitenstaanders. Leden van de kerk heten gelovigen. Ook dat is makkelijk voor buitenstaanders. Opvallend is dat men leden van een kerk meestal geen christenen noemt. Dat doet men wel als men een onderscheid wil maken tussen anders-gelovigen en christelijk georiënteerde gelovigen. Maar dat terzijde.
De opmerking in de kop van deze alinea is dan ook veel te kort door de bocht. Ik weet namelijk niet wie met “christenen” worden bedoeld. Ook hier is dus stilzwijgend sprake van een ongeoorloofde generalisatie. Daarnaast is het helemaal niet nodig om “te schreeuwen”. Ik denk zelfs dat God het geschreeuw helemaal niet op prijs stelt. Daarnaast is de vraag wat met “verder komen met God” wordt bedoeld.
Het geeft alleen maar aan, dat degenen die “schreeuwen om verder te komen met God” helemaal niets van het evangelie begrepen hebben. Het doet me meer denken aan een verwend kind, dat zich verheugd had op een voordeeltje, maar dat aan de neus voorbij ziet gaan.
Het kan zijn, dat ze het wel hebben gehoord, maar het verkeerd interpreteren. Het kan zijn, dat ze iets hebben gehoord, dat wel op het evangelie lijkt, maar het niet is. Ik denk namelijk dat daar de oorzaak van het probleem ligt. Het evangelie dat de laatste decennia is gepredikt, is namelijk geen evangelie.
De kerken zitten over het algemeen vol met gelovigen die maar één ding van God willen weten: wat levert het mij op? Men schreeuwt om aanrakingen, om ervaringen en om manifestaties. Brood en spelen. Egocentrisme ten top. Concreet zitten er in de kerken onveranderde (lees: onbekeerde) gelovigen. Voor hun maakt het niet uit of ze lid zijn van de plaatselijke tennisvereniging of van de kerk. Het enige dat telt is, welk voordeel heeft het voor mij. Ik weet dat dit sterk generaliserend is: de lezer vergeeft mij dit. Maar ieder onderzoekt in deze zijn eigen hartsgesteldheid.
Ons denken is namelijk wereldsgezind. Altijd worden de voors en tegens afgewogen. Dat is het kenmerk van het wereldse denken. Dat is de grootste strijd in het denken van de ware christen: hoe kom ik van de schijnbaar onuitroeibare neiging af, om alles onder controle te houden? Wanneer zal ik eindelijk in staat zijn om alles van God te verwachten. Jezus geeft het aan: “Zoekt eerst het koninkrijk (dat is: de heerschappij) van God in je leven”.
In volgende artikelen zal ik hier op terugkomen. Ik wil ook de lezer niet met een kluitje in het riet sturen. Het komt er in elk geval op neer, dat we moeten komen tot een echte en volledige overgave. Vroeger zongen we al: “niet half maar voor honderd procent”.
Gelovigen die schreeuwen om verder te komen met God moeten zich in de eerste instantie afvragen, wat ze van God verwachten. Hij heeft namelijk al alle gereedschappen “om verder met Hem te komen” verstrekt. Er ontbreekt niets aan. Maar als een timmerman niet weet hoe met een hamer om te gaan, zal hij geen huis kunnen bouwen. Zo zal ook een gelovige zich eerst moeten afvragen: “doe ik het nu wel goed? Wat verwacht God nu van Mij?”
(wordt vervolgd)


april 16th, 2010 om 18:02
Een apostel hoeft geen kerkplanter te zijn en een kerkplanter geen apostel. Dit is een verkeerd begrip van de functie van een apostel. Er waren apostelen die nooit een kerkgeplant hebben.
april 18th, 2010 om 16:35
Nee, dat is helemaal correct. Maar dat is ook niet wat er in het stuk wordt aangegeven: dat een kerkplanter en een apostel equivalent zijn. Punt is, dat in de Schrift niet wordt gesproken over een kerkplanter. Maar wel over een apostel. Apostel betekent afgezant: vertegenwoordiger, of liever ambassadeur en dan van Christus, zoals Paulus het uitdrukt.
Opvallend genoeg is dat er in de Schrift nooit enige sprake is van het planten van een kerk. Maar blijkbaar ontstond er wel de behoefte om ergens bij elkaar te komen en dan niet in de synagoge. De eerste christenen werden nog beschouwd als een joodse sekte, later veranderde dat toen de christenen in eigen ruimten samenkwamen.
Ook werden er in de woonhuizen zelf samenkomsten gehouden. Dit laatste is, naar mijn mening, dan ook vandaag nog de enige werkelijk Bijbelse manier, omdat de synagoge, als plaats van samenkomst, om begrijpelijke redenen is afgevallen. Immers alleen op deze manier komt de Gemeente echt dichtbij de mensen die ze wil bereiken.
Zo vind ik dan de volgende praktijk: mensen kwamen tot geloof. En deze nieuwe gelovigen kregen vanzelf de behoefte om samen te komen en samen hun geloof te belijden en te beleven, maar ook om elkaar aan te moedigen. Dat men in later tijden denominaties is gaan samenstellen (en kerken is gaan bouwen), vindt haar grond niet in de Schrift, maar in de onuitroeibare behoefte van de mens om iets in de wereld te betekenen; ook als groep.
Ik houd me derhalve liever aan de roepingen die in de Schrift worden genoemd en dat zijn roepingen die te maken hebben met de opbouw van de gemeente en niet met het oprichten er van. Met dat laatste houdt onze Here Jezus zich bezig. Ook met het beschermen van zijn Gemeente trouwens.