Wegen en Kruispunten (Jezus Christus) 4
2010
De aanloop naar de geboorte van Jezus
In de geschiedenis is veel gesproken over de komst van Jezus. Niet alleen werd Zijn komst voorspeld, maar ook allerlei situaties en omstandigheden werden van te voren bekend gemaakt. Het ging hier niet alleen om een getuigenis, zodat de mensen die bij het moment betrokken zouden zijn, de profetie zouden herkennen, maar ook is er van alles vastgelegd, zodat Jezus zelf van Zijn bestemming kennis zou kunnen nemen.
Maar ook, en het is belangrijk om dit te noemen, zouden de mensen om Hem heen, Jezus ondersteunen in het gaan van Zijn weg. Dus hetgeen God al in de loop van de eeuwen had laten vastleggen in de Schriften, had meerdere doelen.
In feite spreken we hier over het Gemeente-principe. De Gemeente is dan de kweekvijver waar de kiem wordt gelegd voor een heel geslacht: het principe van moeder en kind is er in zichtbaar. Vanaf het begin van de schepping is God gestart met het formeren van een veilige omgeving, waarbinnen Hij uiteindelijk zijn plan zou realiseren. Van belang is te beseffen, dat dit plan er niet zomaar tussendoor kwam, omdat de mens in zonde was gevallen. In tegendeel: de keuze van de mens, de zondeval, het bouwen van de veilige omgeving en de komst van Jezus Christus, was allemaal al begrepen in het plan van God.
De rest of het overblijfsel
Als zodanig kunnen we de groep mensen, die in de loop van de eeuwen hun hoop en verwachting op de realisering van het plan van God hadden gesteld, zien als de Gemeente. Later heet deze groep “de rest”. Jesaja, een profeet uit het oude testament, gebruikt met name deze term, als hij een onderscheid wil maken tussen het algemene volk Israël en de gelovige kern. Opvallend is dat Jesaja in dit verband ook spreekt over de jonkvrouw die geen nageslacht heeft gezien; die nog maagd is. Later kom ik hier uitgebreid op terug als we gaan spreken over het verschil tussen het algemene (lees: ongelovige = wereldse) Israël en de gemeente.
Op dit moment wil ik de aandacht vestigen op een aantal voortekenen die werden vervuld met de geboorte van Jezus. Dit alles komt uitgebreid ter sprake in, onder andere, het record van Jezus’ komst in deze wereld, zoals dit is vastgelegd in het evangelie dat door Lucas is geschreven. Hij is geletterd (hij is arts) en hij spreekt (schrijft) Grieks. Lucas is geen jood. Waarschijnlijk zal hij om deze reden ook zo’n uitgebreid verslag schrijven over de geboorte van Jezus, omdat hij weet, dat de heiden nog maar weinig achtergrondinformatie heeft over de Hoofdpersoon in zijn evangelie. Ook is de heiden natuurlijk niet op de hoogte van alles dat te vinden is in de (joodse) geschriften en daarom veel hoe en waaroms uit de doeken doet.
Lukas begint met de motivatie voor het schrijven van zijn verslag:
Lukas 1:1 Nadat reeds velen zich tot taak hebben gesteld om een verslag te schrijven over de gebeurtenissen die zich in ons midden hebben voltrokken, en die ons zijn overgeleverd door degenen die vanaf het begin ooggetuigen zijn geweest en dienaren van het Woord zijn geworden, leek het ook mij goed om alles van de aanvang af nauwkeurig na te gaan en deze gebeurtenissen in ordelijke vorm voor u, hooggeachte Theofilus, op schrift te stellen, om u te overtuigen van de betrouwbaarheid van de zaken waarin u onderricht bent.
We moeten niet vergeten, dat op het moment dat Lukas zijn evangelie op papier zet, nog veel ooggetuigen van de gebeurtenissen in Israël aanwezig zijn. Het geeft dan ook een indruk van een rechtbankverslag. De geloofwaardigheid neemt voor de heiden, die het verslag later leest alleen maar toe. Vooral omdat Lukas geen jood is en dus geen reden heeft om de zaken anders voor te stellen, dan ze werkelijk hebben plaatsgevonden.
Johannes de Doper
Het verhaal vervolgt met een aanloop naar de geboorte van Johannes de Doper. Deze hebben we al kort ter sprake gebracht in onze behandeling van de eerste verzen in het evangelie naar Johannes. Johannes de Doper is van belang, omdat zijn aanwezigheid samen met die van de messias wordt aangekondigd in de vroegere geschriften. Dit alles maakt het praktisch onmogelijk om Lukas te beschuldigen van inlegkunde; dat is de praktijk in de (oudere) tekst inlezen en als zodanig een omgekeerde bewijslast formeren.
Als een goede advocaat legt Lukas het ene feit naast het andere om de lezer in de gelegenheid te stellen, zelf conclusies te trekken. Nergens loopt hij de lezer voor de voeten door zijn eigen interpretatie (of conclusies) in zijn verslag mee te schrijven. Voor ons is vervolgens van belang wat er tegen de vader van Johannes wordt gezegd.
Als de vader van Johannes, die uitgeloot is voor de priesterdienst, zijn plichten in de tempel vervult, spreekt de engel Gabriël hem aan en verkondigt hem de geboorte van Johannes. Nadat de engel enige inleidende opmerkingen heeft gemaakt, vervolgt hij:
Lukas 1:16 – 17 en velen der kinderen Israels zal hij bekeren tot de Here, hun God. En hij zal voor zijn aangezicht uitgaan … , ten einde voor de Here een weltoegerust volk te bereiden.
Hier zien we de kerntaak van Johannes. Zijn taak is het “in de goede richting zetten van vele neuzen”. Johannes was een wegbereider. Een heraut, die de komst van de Koning aankondigt. Als Zacharias van het grote nieuws op de hoogte is gesteld, wordt Elisabeth, zijn vrouw inderdaad zwanger. Dit is een wonder, want Elisabeth en Zacharias zijn al op leeftijd en Elisabeth is onvruchtbaar. Merk op, dat de naam van de engel bekend is (hij stelt zich zelf als zodanig voor). Vanuit de Schrift weten we nog van een andere engel, Michaël. Ik meen uit de Schrift te kunnen herleiden, dat Gabriël specifiek de zaken aangaande Jezus Christus behartigt en dat Michaël specifiek is toegewezen aan de gemeente. Maar dat terzijde.
De engel Gabriël
Als de vrucht in de schoot van Elisabeth 6 maanden oud is, verschijnt Gabriël, aan een andere, ditmaal jonge (maagdelijke) vrouw, Maria. Ook bij haar verkondigt de engel een ingrijpende boodschap:
Lukas 1: 30 – 33 En de engel zeide tot haar: Wees niet bevreesd, Maria; want gij hebt genade gevonden bij God. En zie, gij zult zwanger worden en een zoon baren, en gij zult Hem de naam Jezus geven. Deze zal groot zijn en Zoon des Allerhoogsten genoemd worden, en de Here God zal Hem de troon van zijn vader David geven, en Hij zal als koning over het huis van Jakob heersen tot in eeuwigheid, en zijn koningschap zal geen einde nemen.
Ook hier wordt de toon gezet: wat hier aanstaande is, zal geschiedenis schrijven. Jozef is van de stam Juda. Maria, Elisabeth en Zacharias zijn van de stam Levi. Van hen allen staat geschreven, dat ze “leefden naar alle geboden en eisen des Heren, onberispelijk”. Zij waren dus op de hoogte van wat de Schrift profeteerde aangaande de komende Koning.
Ik kan me voorstellen, dat het meisje Maria stevig onder de indruk was, dat zij uitverkoren was om de Koning te baren, waarvan bekend was dat zijn Koningschap geen einde zou nemen. Opvallend is, dat Maria zich niet eens zozeer over de woorden van de engel op zich verbaasd, maar dat ze zich afvraagt hoe dat alles zal worden gerealiseerd; zij is immers nog maagd. Merk ook op, dat Maria en Elisabeth familie van elkaar waren. Ze stamden dus beiden uit het geslacht van Aaron. Jozef daarentegen stamt uit de stam Juda en is een familielid van David. Maar Jozef heeft praktisch gezien niets met de geboorte van Jezus te maken.
Geen lijfelijke zoon van David
De relatie die Jezus heeft met David is figuurlijk en niet letterlijk. Dat wordt ook bevestigd door de engel die zegt: “De Heilige Geest zal over u komen en de kracht des Allerhoogsten zal u overschaduwen; daarom zal ook het heilige, dat verwekt wordt, Zoon Gods genoemd worden”.
Uiteindelijk gaat het dus om hetgeen Wie Jezus vertegenwoordigt en wordt het een kwestie van geloof voor degenen die Hem ontmoeten. De engel zegt immers: “genoemd worden” en niet: “zijn”. Dat betekent, dat Jezus zichzelf dus niet de waardigheid toekent, maar dat anderen dat in feite doen.
Om deze reden zegt Jezus ook nooit dat Hij de Zoon van God is. Hij doet wel toespelingen op Zijn status, maar inhoudelijk is Hij zeer bescheiden. Later, na de opstanding uit de doden zal Paulus schrijven: “.. is Hij verklaard Gods Zoon te zijn in kracht”. Na de opstanding wordt Jezus dan ook Koning genoemd.
Voor Maria is het echter geheel duidelijk en nadat de engel ook nog heeft gezegd, dat Elisabeth al in haar zesde maand is, pakt ze haar biezen en vertrekt naar een stadje in Juda. Als ze vervolgens Elisabeth ontmoet, profeteert ze over de toekomst van Israël:
Lukas 1:47 – 49 En Maria zeide: Mijn ziel maakt groot de Here, en mijn geest heeft zich verblijd over God, mijn Heiland, omdat Hij heeft omgezien naar de lage staat zijner dienstmaagd. Want zie, van nu aan zullen mij zalig prijzen alle geslachten, omdat grote dingen aan mij gedaan heeft de Machtige.
Maria is zich bewust van de zwaarte van haar taak. En dan profeteert zij, aangeraakt door Gods geest:
Lukas 1:51 – 55 En heilig is zijn naam, en zijn barmhartigheid van geslacht tot geslacht voor wie Hem vrezen. Hij heeft een krachtig werk gedaan door zijn arm, en Hij heeft hoogmoedigen in de overlegging huns harten verstrooid; Hij heeft machtigen van de troon gestort en eenvoudigen verhoogd, hongerigen heeft Hij met goederen vervuld en rijken heeft Hij ledig weggezonden. Hij heeft Zich Israël, zijn knecht, aangetrokken, om te gedenken aan barmhartigheid, (gelijk Hij gesproken heeft tot onze vaderen) voor Abraham en zijn nageslacht in eeuwigheid.
Deze bemoedigingen bewaarde Maria in haar hart. Zo kon zij, al voordat haar vrucht volgroeid was, zich al voorbereiden op wat aanstaande was. God liet niets aan het toeval over en bereidde de weg. Vele mensen om Jezus heen, waren zich bewust van wat God door deze mens tot stand wilde brengen. En zo hielpen ze mee, om het kader te vormen, waarbinnen de Zoon van God tot zijn doel zou komen.
We keren nog even terug naar Zacharias, de vader van Johannes de Doper. Ook hij profeteert over de zoon van David. Let er op, dat Jezus concreet gesproken niet van David afstamt. Zacharias weet dit waarschijnlijk niet (de engel heeft hem, voor zover ons bekend, niet geopenbaard dat wat in Maria verwekt, van de Heilige Geest is en dus niet van Jozef). Dat benadrukt eens te meer, dat de afstamming van Jezus meer geestelijk dan letterlijk is te verstaan.
Lukas 1: 68 – 71 Prijs de Here, de God van Israël. Hij heeft Zijn volk bezocht en gered. Hij heeft ons een machtige Redder gestuurd uit het geslacht van Zijn dienaar David, zoals Hij lang geleden door Zijn heilige profeten had beloofd. Hij heeft ons iemand gestuurd die ons zal redden uit de handen van onze vijanden, van allen die ons haten.
Geen bevrijding van de Romeinen
Hier spreekt Zacharias niet van de Romeinen die het volk Israël op dat moment in zekere zin in gijzeling hadden. Het volk was vele malen in gevangenschap geweest en de situatie op dit moment was niet zo zwaar, als die wel eerder was geweest. De machtige redder, die wordt beloofd, kwam dus zeker niet om Israël te bevrijden van de Romeinen. Hieruit volgt dus ook, dat de belofte niet letterlijk in vervulling ging. Tevens valt het op, dat Zacharias op dit moment, dus voordat Jezus nog geboren is, al spreekt over een bezocht – en gered zijn. Met andere woorden: voor Zacharias is de geboorte van Johannes het teken, dat God in beweging is gekomen. Hij twijfelt nu niet meer aan de uitkomst. Later, als we spreken over de positie van Israël in relatie tot de komst van Jezus, komen we terug op wat Zacharias nu uitspreekt:
Lukas 1: 72 – 75 Hij is goed voor onze voorouders geweest. Hij heeft Zijn plechtige belofte aan Abraham niet vergeten. Hij heeft ons het voorrecht gegeven Hem te dienen zonder angst, bevrijd uit de handen van onze vijanden. Wij mogen bij Hem horen en doen wat Hij zegt, heel ons leven lang.
Ook hier spreekt Zacharias over Jezus, alsof het allemaal al heeft plaatsgevonden. Hij koppelt de belofte aan de vaderen onomwonden aan de komst van Jezus. Voor hem is het duidelijk. God heeft in het verre verleden een belofte gedaan en nu heeft God die belofte tot stand gebracht. Maar God heeft ook nog iets over Johannes te zeggen:
Lukas 1: 76 – 79 En jij, kind, jij zult een profeet van de Allerhoogste God worden genoemd. Jij zult voor de Redder uitgaan om Zijn volk voor te bereiden op Zijn komst. Jij zult hun vertellen dat zij gered kunnen worden door de vergeving van hun zonden. Want het hart van onze God loopt over van liefde en goedheid. Een hemels licht zal op ons schijnen, zodat de mensen die in het donker en de schaduw van de dood zitten, weer kunnen zien en wij op de weg van de vrede worden gebracht.
En zo wordt ook Johannes in de belofte ingekaderd. Dit is van belang. Want ook Elisabeth en Zacharias weten nu dat ze hun zoon moeten begeleiden en sturen op zijn weg. Zonder al deze woorden van de engel en zonder de woorden van de profetie, had het leven van Johannes misschien wel heel anders gelopen.
(wordt vervolgd)


Commentaar