Andere samenleving; andere christenen (4)

Christen-zijn is niet spec­tac­u­lair (deel 1)

Bezigheid als therapie

Miss­chien wel de bek­end­ste agnost: Charles Darwin

We leven in een samen­lev­ing waar visu­al­isatie het tover­wo­ord is. We willen alles zien. Een plaatje zegt oneindig veel meer dan woor­den. Maar niet alleen visueel. We zijn meer dan ooit zin­tu­iglijk ingesteld. Dat wil zeggen, dat we het willen zien, horen, ruiken, proeven en voelen.

Anders gezegd: we willen beleven. Meer dan de Romeinen rond het begin van onze jaartelling, zijn we gericht op brood en spelen.

Op zich is dat niet vreemd. Over het alge­meen heeft de west­erse mens zijn schaap­jes op het droge en is er ver­maak nodig, om toch nog wat aan het leven te vinden.

Vroeger was dat anders. Toen had men geen tijd voor ver­maak, brood en spe­len. Er moest gew­erkt wor­den om te leven. Liever gezegd: om te over­leven. Er was toen veel meer het besef, dat met het leven, zoals dat zich aan­di­ende, niet te spot­ten viel. De schraal­heid van het leven, veroorza­akte dan ook veel meer het ver­lan­gen naar een beter bestaan.

Totaalver­zorg­ing

Het besef, dat er een ander bestaan mogelijk moest zijn, is ver­ankerd in het menselijk denken. Nu we tegen­wo­ordig ons dagelijkse leven op orde hebben, is dat besef er veel min­der. We wor­den dan ook van de wieg tot het graf ver­zorgd. Uit­er­aard spreek ik van onze, west­erse maatschap­pij. Geen mens kan in feite zeggen, dat hij het slecht heeft of iets tekort komt. Het zij dan, dat iemand er zelf voor kiest of zich overgeeft aan de doel­loosheid. Het kan altijd beter, dat wel. Maar dan spreek je over wel­vaart ten opzichte van welz­ijn. Wel­vaart is een maat­staf; welz­ijn is een inner­lijk gevoel. Met andere woor­den: je hoeft je niet wel­varend te weten om toch een zek­er­heid van welz­ijn te hebben. Arm of rijk; het gevoel van welz­ijn (lekker in je vel) hoeft er niet onder te lij­den. In onze west­erse maatschap­pij zijn we die twee zaken echter gaan ver­wis­se­len. De meesten van ons denken, dat het goed met je gaat als we in het bezit zijn van aller­lei zaken, die het leven ver­aan­ge­na­men. Die zaken zijn dan van mater­iële aard (huisje, boom­pje, beestje), maar ook van imma­ter­iële aard (geluk, gezond­heid, rust en vrede). Welz­ijn heeft te maken met tevre­den­heid; wel­vaart is relatief, dus veroorza­akt altijd ontevredenheid.

Het prob­leem met ons ver­zorg­ing­sprincipe is dat we ons gaan verve­len. Werken doen we allang niet meer, omdat we anders niet meer voor onszelf kun­nen zor­gen. Werken is een bezigheid. Vroeger had men naast het werk niet veel andere din­gen te doen, want het werk nam alle tijd en energie in beslag. Van­daag de dag zap­pen we van pro­gramma naar pro­gramma op de TV en gaan uitein­delijk laat naar bed, met het gevoel, dat al je tijd als los zand door je vingers is gegle­den. Dat is het prob­leem met zin­loze tijds­beste­d­ing. Het bevredigt maar kort­stondig en roept daarom altijd om meer.

Kort­sluit­ing

Maar wat als je de grens van je mogelijkhe­den bereikt, wat moet je dan doen? Dit is de kern van ons prob­leem. Als je er teveel over nadenkt, raak je in een depressie. Er over­valt je dan een soort machteloos gevoel: je maakt je druk om gebakken lucht. En niet alleen dat: je beseft ineens dat je er niet van­daan kunt vluchten. Vooral wat oud­ere mensen kri­j­gen daar last van. Ze hebben alles al eens meege­maakt en er is niet veel meer over wat hun in die kort­stondige extase kan brengen.

Er zijn dan drie mogelijkhe­den: of je negeert het gevoel als uit­ing van onvol­wassen­heid, of je accepteert het als iets dat er bij hoort, of je gaat er mee in gevecht. In het eerste geval laat je het gewoon bestaan, maar je geeft het een plaats. Je kunt er dan met anderen gewoon over spreken, want daar ontkom je niet aan, maar je bek­ijkt het “prob­leem” als het ware vanaf een afs­tand. Je bent het ont­groeid en dus is het geen deel meer van je. Je hoort echter bij die klasse van mensen, die de evo­lu­tie op de voet vol­gen en zich een beetje als lei­der van het pro­ces beschouwen. Dit soort mensen beziet de rest van de men­sheid met iets van mee­warigheid, van­wege hun onver­mo­gen om ondanks een gevoel van zin­loosheid, toch zingev­ing in het bestaan zelf te ervaren. Dit zijn de arro­gante alles(beter)weters.

In het tweede geval, ga je er van uit, dat het gevoel van zin­loosheid een nor­maal pro­ces is waar je als mens doorheen moet, maar wat je in feite niet kunt over­win­nen. Het komt namelijk steeds opnieuw en in andere gedaan­ten op je af. Het hoort er dus bij het menselijk bestaan. Ook hier past een vol­wassen houd­ing. In feite zijn dit de agnos­ten: ze weten het antwo­ord niet (en ze willen het ook niet weten). Let er op, dat net als de eerste cat­e­gorie ook dit geen zoek­ers zijn.

Overi­gens wordt het agnost zijn, tot een manier van leven: zelfs als er iets van een oploss­ing opdoemt, zal men toch niet toe willen geven. Agnos­ten zijn dus eeuwige (beroeps)twijfelaars. Ze twi­jfe­len niet omdat ze het werke­lijk niet weten, maar omdat ze het twi­jfe­len tot deugd hebben ver­heven. Een echte twi­jfe­laar wil geen oploss­ing, want dan hoeft ‘ie niet meer te twi­jfe­len en valt alles in duigen. Deze houd­ing is menselijk gezien de beste. Het dwingt je namelijk niet tot een keuze. Ook veroorza­akt het geen ruzie, want waarom zou je een ander zijn al dan niet uit­ge­spro­ken mening niet gunnen?

Als je er mee in gevecht gaat, betekent dit dat je een antwo­ord wilt. Som­mi­gen gaan er op een afs­tand mee in gevecht, door het niet altijd een issue te laten zijn. Het is gesprek­son­der­w­erp op die momenten dat het aan de orde is. Maar het spreken erover is al een vorm van een oploss­ing. Dit soort mensen zijn echte zoek­ers. Het komt niet op hun af, zoals bij de alles(beter)weters of de agnos­ten. Ze zoeken het op. Ze willen ook van iedereen weten hoe zij het in hun leven hebben opgelost. Het zijn ook de probeerders. Ze gaan naar India of Nepal. Ze bezoeken scholen. Ze bestud­eren de oude – en nieuwe filosofieën. En steeds vin­den ze iets dat op een oploss­ing lijkt.

(wordt ver­volgd)

Laat een reactie achter