Andere samenleving; andere christenen (6)
2010
Christen-zijn is niet spectaculair (deel 3)
Wat is een Christen?
Uiteindelijk is het de vraag of onze stelling “Christen-zijn is niet spectaculair” werkelijk waar is. Voordat we echter een conclusie kunnen trekken, moeten we eerst nog een aantal uitgangspunten bespreken.
Het beantwoorden van de vraag: “Is Christen-zijn spectaculair?” is namelijk helemaal niet zo eenvoudig.
Ten eerste hangt het af van de perceptie van de vraagsteller.
Ten tweede hangt het af van de definitie van: “Christen-zijn”.
We beginnen bij het laatste. Eerst zullen we nagaan, wat een “Christen” is. Daarna hebben we het over het “zijn”. Dan zijn we toe aan het definiëren van de vraagsteller.
De uitdrukking Christen komt het eerst voor in de bijbel:
Handelingen 11:26 En het geschiedde, dat zij een vol jaar in de gemeente gastvrij ontvangen werden en een brede schare leerden en dat de discipelen het eerst te Antiochië Christenen genoemd werden.
Christen komt uit het Grieks: “christianos”. Zoals uit de tekst blijkt, is het een naam die door buitenstaanders is bedacht. De bewoners van Antiochië merken op een bepaald moment de gemeente op. Blijkbaar was het onderwijs van Paulus en Barnabas, dat zij een vol jaar gaven, zo succesvol, dat er een naam voor deze groep werd bedacht: volgelingen van Christus.
Het is echter een naam, die niet makkelijk door de gemeente zelf werd overgenomen. In het hele nieuwe testament wordt de uitdrukking “christen” maar drie keer gebruikt. Als eerste dus hier in handelingen 11. Later gebruikt Petrus in zijn eerste brief ook de uitdrukking:
1 Petrus 4:16 Indien hij echter als Christen lijdt, dan schame hij zich niet, maar verheerlijke God onder die naam.
En in het boek handelingen in hoofdstuk 26 een keer. Daar is het koning Agrippa die de uitdrukking gebruikt, maar niet in positieve zin.
Handelingen 26:28 Maar Agrippa zeide tot Paulus: Gij wilt mij wel spoedig als Christen laten optreden!
Paulus heeft in dit gedeelte zojuist zijn getuigenis gegeven: “Als een getuige, die hulp van God heeft ontvangen tot op deze dag, sta ik dus hier voor klein en groot, zonder iets anders te zeggen dan wat de profeten en Mozes gesproken hebben, dat geschieden zou, namelijk, dat de Christus zou lijden, en dat Hij als eerste uit de opstanding der doden het licht zou aankondigen en aan het volk en aan de heidenen”. Paulus is een bijzondere getuige. In hetgeen Paulus hier zegt, kunnen we als het evangelie in een notendop zien. Over de concrete inhoud zullen we nu niets zeggen, maar een christen is als eerste dus een getuige.
Ieder christen is een getuige
Niet elke christen is geroepen om te getuigen op de manier zoals Paulus dat deed. Zoals hij ook aangeeft, hier voor koning Agrippa, heeft Jezus hem op een speciale manier geroepen tot zijn taak: de heidenen het evangelie te verkondigen.
Elke christen is echter op zijn of haar plekje een getuige. Een getuige van Jezus Christus. En dan met name van het werk dat Hij doet in het leven of “bestaan” (= zijn) van de gelovige. Op deze manier is elke christen een volgeling van Jezus. Maar, zoals dat nu eenmaal is met volgen, je bent onderweg. En dat niet alleen: je bent ergens naar toe onderweg.
De meeste christenen zijn echter alleen maar onderweg. In de jaren zestig klonk regelmatig de oproep om gereed te zijn, want Jezus kon elk moment de gemeente naar de hemel roepen. In vele predikingen kon je horen, dat we er klaar voor moesten zijn. Het kon “vannacht” gebeuren. Maar hoe je er klaar voor moest zijn of op welke manier men gereed moest zijn, werd niet duidelijk.
Het punt is, dat het besef een taak te hebben op deze wereld ten ene male ontbrak. De christen hoort evenwel te beseffen, dat er op dit moment nog maar één vertegenwoordiger van het Koninkrijk van God op deze wereld aanwezig is: de christen. Of liever gezegd: de christenen samen. Dan spreken we in feite over de gemeente, dat is die onzichtbare entiteit die ontstaat als christenen in het geloof in DE Christus bij elkaar komen.
Het is niet voor niets. Jezus is naar de hemel gegaan en heeft zich gezet aan de rechterzijde van God op de troon. En daar wacht Hij! Niet de christen wacht af, maar Jezus Christus zelf wacht totdat zijn vijand gemaakt wordt tot een voetbank voor zijn voeten. Uiteraard is dit beeldspraak, maar het gaat er om, dat Hij blijkbaar ergens op wacht.
De Heilige Geest vertroost en inspireert
Dezelfde Geest die in Christus was en Hem de visie en de kracht gaf om een getuige van het werk van God in deze wereld te zijn, is in de christen, Zijn vertegenwoordiger op aarde. Dat betekent, dat de christen niet stil gaat zitten afwachten totdat hij thuis wordt gehaald. Nee, hij laat Christus in zich tot wasdom komen, zodat hij van De Christus kan getuigen. Hij zal dus in alles dat hij doet, de aanwezigheid van God zoeken. Dezelfde Geest, die Jezus deed zeggen: “niet mijn wil, maar Zijn wil geschiede” woont ook in de christen en roept nog steeds hetzelfde.
Een christen is dus een mens, waarin niet alleen de Geest van God woont, maar die zich ook van dag tot dag, van moment tot moment, meer aan Hem overgeeft. Een christen is een discipel: een leerling. Hij kijkt naar zijn Meester en vraagt zich bij alles af: hoe zou Hij het doen? Maar voordat hij de vraag zelfs maar kan stellen, heeft de Geest al geantwoord. Dat betekent het wanneer er staat dat de christen niet meer onder de wet is. De wet hoort bij de ongeestelijke mens. De wet hoort bij hen, die onder het oordeel zijn. Maar zodra een christen zich niet meer volledig aan de Heilige Geest onderwerpt, valt hij terug onder de wet en als zodanig ook weer onder het oordeel.
Een volmaakt christen ben je niet van de ene op de andere dag. Het is ontwikkeling. Maar het is ook overgave. Overgave en vertrouwen, dat Hij die in ons een goed werk is begonnen, het ook af maakt. Maar het is wel “tot bloedens toe weerstand bieden in de strijd tegen de zonde”. Want we weten dat de dood het loon van de zonde is. En ook de christen proeft, wanneer hij zondigt, opnieuw iets van de dood. Want we weten, dat de dood betekent, dat je afgezonderd bent van het leven. Jezus Christus in dit geval.
Het komt er dus op neer goed te beseffen dat het christen-zijn geen kinderspel is. Aan de andere kant, weet ook God heel goed, dat de mens het op eigen kracht niet voor elkaar krijgt gehoorzaam te zijn tot het einde. Om die reden heeft Hij de Geest over de gemeente, die “echte” vergadering van christenen, uitgestort.
De Heilige Geest doet dus in feite twee dingen. Aan de ene kant: vertroosten omdat de Christus nog niet volledig in het persoonlijke leven van de christen is geopenbaard. Aan de andere kant: de weg naar de openbaring van de Christus in het persoonlijke leven van de christen wijzen, maar daarnaast ook de kracht (motivatie) geven om die weg ook daadwerkelijk te gaan.
Vanuit de kant van de christen is volharding nodig. Consequent zijn. Alles afleggen, dat de ontwikkeling van baby tot volwassene in het geloof, in de weg staat. En dat is veel. In feite spreken we dan over alles dat in de wereld op de christen afkomt. Het is niet zo, dat alles wat deze wereld te bieden heeft, verkeerd is. Het gaat om de plaats die het inneemt.
Het werk is belangrijk. Een goed en gezond leven is belangrijk. Het is echter niet het belangrijkste. Niets is belangrijker, dan het Koninkrijk van God. Het Koninkrijk van God is de plek, waar God het voor het zeggen heeft. Het is een geestelijke plek. Niet een plaats ergens op deze wereld. Het Koninkrijk van God ontwikkelt zich in het hart, dat is het meest intieme leven, van de christen. Die draagt het vervolgens uit in zijn handel en wandel en zo wordt de heerschappij van God op deze wereld zichtbaar.
In volgende artikelen gaan we in op de volgende vragen:


Commentaar