Andere samenleving; andere christenen (6)

Christen-zijn is niet spec­tac­u­lair (deel 3)

Wat is een Christen?

Som­mi­gen verwachten vuur­w­erk wan­neer ze chris­ten worden

Uitein­delijk is het de vraag of onze stelling “Christen-zijn is niet spec­tac­u­lair” werke­lijk waar is. Voor­dat we echter een con­clusie kun­nen trekken, moeten we eerst nog een aan­tal uit­gangspun­ten bespreken.

Het beant­wo­or­den van de vraag: “Is Christen-zijn spec­tac­u­lair?” is namelijk hele­maal niet zo eenvoudig.

Ten eerste hangt het af van de per­cep­tie van de vraagsteller.

Ten tweede hangt het af van de defin­i­tie van: “Christen-zijn”.

We begin­nen bij het laat­ste. Eerst zullen we nagaan, wat een “Chris­ten” is. Daarna hebben we het over het “zijn”. Dan zijn we toe aan het definiëren van de vraagsteller.


De uit­drukking Chris­ten komt het eerst voor in de bijbel:

Han­delin­gen 11:26 En het geschiedde, dat zij een vol jaar in de gemeente gastvrij ont­van­gen wer­den en een brede schare leer­den en dat de discipe­len het eerst te Anti­ochië Chris­te­nen genoemd werden.

Chris­ten komt uit het Grieks: “chris­tianos”. Zoals uit de tekst blijkt, is het een naam die door buiten­staan­ders is bedacht. De bewon­ers van Anti­ochië merken op een bepaald moment de gemeente op. Blijk­baar was het onder­wijs van Paulus en Barn­abas, dat zij een vol jaar gaven, zo suc­cesvol, dat er een naam voor deze groep werd bedacht: vol­gelin­gen van Christus.

Het is echter een naam, die niet makke­lijk door de gemeente zelf werd overgenomen. In het hele nieuwe tes­ta­ment wordt de uit­drukking “chris­ten” maar drie keer gebruikt. Als eerste dus hier in han­delin­gen 11. Later gebruikt Petrus in zijn eerste brief ook de uitdrukking:

1 Petrus 4:16 Indien hij echter als Chris­ten lijdt, dan schame hij zich niet, maar ver­heer­lijke God onder die naam.

En in het boek han­delin­gen in hoofd­stuk 26 een keer. Daar is het kon­ing Agrippa die de uit­drukking gebruikt, maar niet in posi­tieve zin.

Han­delin­gen 26:28 Maar Agrippa zeide tot Paulus: Gij wilt mij wel spoedig als Chris­ten laten optreden!

Paulus heeft in dit gedeelte zojuist zijn getu­ige­nis gegeven: “Als een getu­ige, die hulp van God heeft ont­van­gen tot op deze dag, sta ik dus hier voor klein en groot, zon­der iets anders te zeggen dan wat de pro­feten en Mozes gespro­ken hebben, dat geschieden zou, namelijk, dat de Chris­tus zou lij­den, en dat Hij als eerste uit de opstand­ing der doden het licht zou aankondi­gen en aan het volk en aan de hei­de­nen”. Paulus is een bij­zon­dere getu­ige. In het­geen Paulus hier zegt, kun­nen we als het evan­gelie in een noten­dop zien. Over de con­crete inhoud zullen we nu niets zeggen, maar een chris­ten is als eerste dus een getuige.

Ieder chris­ten is een getuige

Niet elke chris­ten is geroepen om te getu­igen op de manier zoals Paulus dat deed. Zoals hij ook aangeeft, hier voor kon­ing Agrippa, heeft Jezus hem op een spe­ciale manier geroepen tot zijn taak: de hei­de­nen het evan­gelie te verkondigen.

Elke chris­ten is echter op zijn of haar plekje een getu­ige. Een getu­ige van Jezus Chris­tus. En dan met name van het werk dat Hij doet in het leven of “bestaan” (= zijn) van de gelovige. Op deze manier is elke chris­ten een vol­geling van Jezus. Maar, zoals dat nu een­maal is met vol­gen, je bent onder­weg. En dat niet alleen: je bent ergens naar toe onderweg.

De meeste chris­te­nen zijn echter alleen maar onder­weg. In de jaren zes­tig klonk regel­matig de oproep om gereed te zijn, want Jezus kon elk moment de gemeente naar de hemel roepen. In vele predikin­gen kon je horen, dat we er klaar voor moesten zijn. Het kon “van­nacht” gebeuren. Maar hoe je er klaar voor moest zijn of op welke manier men gereed moest zijn, werd niet duidelijk.

Het punt is, dat het besef een taak te hebben op deze wereld ten ene male ont­brak. De chris­ten hoort even­wel te besef­fen, dat er op dit moment nog maar één verte­gen­wo­ordi­ger van het Koninkrijk van God op deze wereld aan­wezig is: de chris­ten. Of liever gezegd: de chris­te­nen samen. Dan spreken we in feite over de gemeente, dat is die onzicht­bare entiteit die ontstaat als chris­te­nen in het geloof in DE Chris­tus bij elkaar komen.

Het is niet voor niets. Jezus is naar de hemel gegaan en heeft zich gezet aan de rechterz­i­jde van God op de troon. En daar wacht Hij! Niet de chris­ten wacht af, maar Jezus Chris­tus zelf wacht tot­dat zijn vijand gemaakt wordt tot een voet­bank voor zijn voeten. Uit­er­aard is dit beeld­spraak, maar het gaat er om, dat Hij blijk­baar ergens op wacht.

De Heilige Geest vertroost en inspireert

Dezelfde Geest die in Chris­tus was en Hem de visie en de kracht gaf om een getu­ige van het werk van God in deze wereld te zijn, is in de chris­ten, Zijn verte­gen­wo­ordi­ger op aarde. Dat betekent, dat de chris­ten niet stil gaat zit­ten afwachten tot­dat hij thuis wordt gehaald. Nee, hij laat Chris­tus in zich tot was­dom komen, zodat hij van De Chris­tus kan getu­igen. Hij zal dus in alles dat hij doet, de aan­wezigheid van God zoeken. Dezelfde Geest, die Jezus deed zeggen: “niet mijn wil, maar Zijn wil geschiede” woont ook in de chris­ten en roept nog steeds hetzelfde.

Een chris­ten is dus een mens, waarin niet alleen de Geest van God woont, maar die zich ook van dag tot dag, van moment tot moment, meer aan Hem overgeeft. Een chris­ten is een discipel: een leer­ling. Hij kijkt naar zijn Meester en vraagt zich bij alles af: hoe zou Hij het doen? Maar voor­dat hij de vraag zelfs maar kan stellen, heeft de Geest al geant­wo­ord. Dat betekent het wan­neer er staat dat de chris­ten niet meer onder de wet is. De wet hoort bij de ongeestelijke mens. De wet hoort bij hen, die onder het oordeel zijn. Maar zodra een chris­ten zich niet meer volledig aan de Heilige Geest onder­w­erpt, valt hij terug onder de wet en als zodanig ook weer onder het oordeel.

Een vol­maakt chris­ten ben je niet van de ene op de andere dag. Het is ontwik­kel­ing. Maar het is ook over­gave. Over­gave en vertrouwen, dat Hij die in ons een goed werk is begonnen, het ook af maakt. Maar het is wel “tot bloe­dens toe weer­stand bieden in de strijd tegen de zonde”. Want we weten dat de dood het loon van de zonde is. En ook de chris­ten proeft, wan­neer hij zondigt, opnieuw iets van de dood. Want we weten, dat de dood betekent, dat je afge­zon­derd bent van het leven. Jezus Chris­tus in dit geval.

Het komt er dus op neer goed te besef­fen dat het christen-zijn geen kinder­spel is. Aan de andere kant, weet ook God heel goed, dat de mens het op eigen kracht niet voor elkaar kri­jgt gehoorzaam te zijn tot het einde. Om die reden heeft Hij de Geest over de gemeente, die “echte” ver­gader­ing van chris­te­nen, uitgestort.

De Heilige Geest doet dus in feite twee din­gen. Aan de ene kant: vertroosten omdat de Chris­tus nog niet volledig in het per­soon­lijke leven van de chris­ten is geopen­baard. Aan de andere kant: de weg naar de open­bar­ing van de Chris­tus in het per­soon­lijke leven van de chris­ten wijzen, maar daar­naast ook de kracht (moti­vatie) geven om die weg ook daad­w­erke­lijk te gaan.

Vanuit de kant van de chris­ten is vol­hard­ing nodig. Con­se­quent zijn. Alles afleggen, dat de ontwik­kel­ing van baby tot vol­wassene in het geloof, in de weg staat. En dat is veel. In feite spreken we dan over alles dat in de wereld op de chris­ten afkomt. Het is niet zo, dat alles wat deze wereld te bieden heeft, ver­keerd is. Het gaat om de plaats die het inneemt.

Het werk is belan­grijk. Een goed en gezond leven is belan­grijk. Het is echter niet het belan­grijk­ste. Niets is belan­grijker, dan het Koninkrijk van God. Het Koninkrijk van God is de plek, waar God het voor het zeggen heeft. Het is een geestelijke plek. Niet een plaats ergens op deze wereld. Het Koninkrijk van God ontwikkelt zich in het hart, dat is het meest intieme leven, van de chris­ten. Die draagt het ver­vol­gens uit in zijn han­del en wan­del en zo wordt de heer­schap­pij van God op deze wereld zichtbaar.

In vol­gende artike­len gaan we in op de vol­gende vragen:

Waarom zou je een Chris­ten worden?

Hoe word je een Christen?

Hoe blijf je een Christen?

Wat doet een Chris­ten in deze wereld?

Laat een reactie achter