Andere samenleving; andere christenen (7)

Waarom zou je chris­ten wor­den? (1)

Hét ken­merk van de ware christen

Bij Jezus ben je veilig

Het valt op zich niet zo mee, om aan te geven wat de ken­merken van een chris­ten zijn. Dat komt omdat een chris­ten net een nor­maal mens is. Maar een chris­ten heeft iets, dat verder bij geen enkel mens wordt gevon­den: een relatie met de lev­ende God.

Dat is hét ken­merk van een chris­ten. Hij heeft een relatie met God. Nu is dit laat­ste wat kort door de bocht, natu­urlijk. Maar het is wel het enige ken­merk dat er werke­lijk toe doet. Een chris­ten, die geen relatie met God heeft, is geen christen.

De bij­bel zegt het als volgt:

Johannes 14:6 Jezus zeide tot hem: Ik ben de weg en de waarheid en het leven; nie­mand komt tot de Vader dan door Mij.

Alleen via Jezus is het mogelijk om een relatie met God te hebben. Dat betekent, dat ook de moslim of de boed­dhist niet kun­nen naderen tot God, zon­der Jezus te erken­nen als enige mogelijkheid. In feite geldt dit voor iedereen op deze wereld, in het heden, in het verleden en in de toekomst. Er is doo­d­een­voudig geen andere weg.

In dis­cussies wordt vaak geop­perd, dat men zich niet kan voorstellen, dat God maar één mogelijkheid heeft open­ge­laten om tot Hem te naderen. En dat dan voor heel veel mensen geldt, dat ze er dan niet komen: ze gaan dan ver­loren. Velen hebben immers nog nooit van Jezus geho­ord en zullen naar alle waarschi­jn­lijkheid ook nooit wat van Jezus horen.

Dit is echter een non-argument. Men brengt het argu­ment altijd ter sprake om dan zelf ook tot de con­clusie te komen, dat God dus blijk­baar niet maar één weg heeft bepaald, waar­langs de mens behouden kan wor­den: ver­vol­gens maakt men juist om die reden de keus óók niet.

Daar­naast gaat de chris­ten op zich niet over hoe God dan klaar komt met dege­nen die nooit van Jezus Chris­tus zullen horen of geho­ord hebben. Dat is formeel een zaak van God zelf. Hij bepaalt, dus vertrouwen we er op (dat moeten we wel), dat Hij de con­se­quen­ties van die besliss­ing ook goed heeft doorgedacht.

Het punt is echter, dat God de gemeente (alle chris­te­nen) een opdracht heeft gegeven om getu­igen te zijn. Dus juist dege­nen die geen ken­nis heeft van het evan­gelie van Jezus Chris­tus, wil God bereiken via de gemeente. Nu hoeft niet iedere chris­ten naar de noord­pool of welke verre plek dan ook, af te reizen, om daar de lokale hei­den het evan­gelie te brengen.

Maar het is wel een taak van iedere chris­ten om ten opzichte van zijn of haar buurman/vrouw een getu­ige te zijn. Dan is het ook mogelijk om, als plaat­selijke gemeente, anderen te onder­s­te­unen en te motiv­eren wel naar verre streken te vertrekken. Het is de door God aan de chris­ten gegeven ver­ant­wo­ordelijkheid aan de rest van de wereld het getu­ige­nis van het Koninkrijk Gods af te leggen.

Maar hoe weet je nu dat een chris­ten is wie hij zegt te zijn?

Op zich is dat niet zo moeil­ijk. Een echte chris­ten lijkt in zijn gedragin­gen op Jezus. Hij is Jezus niet. Hij doet ook niet net alsof. Hij gedraagt zich als Jezus, omdat Deze door zijn geest, de Heilige Geest, in hem is komen wonen. Anders gezegd: dezelfde Geest, die Jezus de kracht en de visie (dat is in dit ver­band bijna het­zelfde) gaf om zijn taak op deze aarde tot een goed einde te bren­gen, geeft ook de chris­ten kracht en visie om zijn of haar taak te vol­bren­gen. We hebben de vorige keer gezien, wat de taak van de chris­ten is: getu­ige van Jezus Chris­tus zijn.

Nu is het zo, dat de mens door God is gemaakt om in gemeen­schap met Hem te leven. Maar ook dat de mens daar wel vri­jwillig voor moet kiezen. Zolang een mens niet bereid is zijn knieën voor God te buigen, loopt hij ver­loren op deze aard­kloot rond. Verd­waasd en ver­strikt in zijn eigen over­leg­gin­gen, ver­duis­terd in zijn denken. En zolang die mens niet erkent, dat zijn eigen over­leg­gin­gen en werken in eigen kracht op niets uit­lopen, zal hij ook niet in con­tact kun­nen komen met zijn Maker en Heer.

Jezus door­breekt de impasse

Jezus is geopen­baard om de impasse waar de men­sheid zich in bevindt, te door­breken. Hij heeft de weg naar God vri­jge­maakt, zodat nu voor elk mens de mogelijkheid bin­nen bereik is gekomen om een relatie met God te hebben. Je kunt echter niet om Jezus heen. Met andere woor­den: om God te ont­moeten, moet je chris­ten wor­den. En nu kom je in een soort para­dox terecht. Zon­der Jezus kun je niet tot God komen. Dus je weet ook totaal niet waar je aan begint. Dat betekent, dat je een keus moet maken, zon­der dat je de uitkomst goed kunt inschatten.

Om deze reden zeggen veel mensen, niet te kun­nen geloven. Ze bedoe­len echter aan te geven, dat ze eerst willen weten wat er van ze terecht komt. De boze doet in deze ook zijn duit in het zakje. Hij fluis­tert je in, dat eerst maar wat zek­er­heid moet hebben, voor­dat je de stap doet. Of hij draait het om en vertelt je dat je zeker dood zult gaan als je je tot God keert.

Het punt is, dat je inder­daad een stap doet in het geloof. Het is echter geen geloof, dat gebaseerd is op vertrouwen en visie, maar op de wan­hoop die je ervaart zon­der God in deze wereld. Je weet namelijk hele­maal niet waar je terecht komt, want je bent er nooit geweest. Je weet echter wel waar je van­daan komt. En het besef, dat je het daar niet hebt kun­nen vin­den, is onu­itwis­baar in je denken gegrift.

Het is dus meer een stap in de zin van: God zegene de greep. En dat is pre­cies wat er gebeurt: God zegent de greep. Maar ter­wijl de uit­drukking vanuit de mens iets fatal­is­tisch inhoudt, betekent het vanuit God gezien, de groot­ste zek­er­heid die maar mogelijk is.

Om deze reden staat de bij­bel vol met ver­halen van mensen, die net als jij die grote sprong in het duis­ter hebben gedaan. En geen van allen zijn ze door God in de steek gelaten. Jezus voorop. Hij is de groot­ste Getu­ige. Hij laat je door Zijn eigen leven zien, dat God een waar­maker is van wat Hij belooft.

Onlos­make­lijk verenigd

Elke chris­ten is een God­delijke mens in word­ing. Net zoals Jezus dat als eerste was. Jezus heeft echter aan het kruis van Gol­go­tha de weg voor ons, gewone ster­velin­gen, gebaand. Wij hoeven niet meer te boeten voor alles dat we niet goed hebben gedaan. De dodelijke vrucht, die ontstaat door het leven zon­der God, hoeven we niet meer te eten.

En zo wordt de chris­ten via het vol­brachte werk van Chris­tus Jezus onlos­make­lijk ver­bon­den met God, zijn Maker. Het leven ont­vangt hij door de Geest van God, die rijke­lijk over zijn bestaan wordt uit­gestort. De Heilige Geest onder­wi­jst, geeft kracht en visie, vertroost en motiveert. Dat betekent, dat een chris­ten zon­der de Geest niets kan. Sterker nog: zon­der de Geest is hij hulpeloos aan zichzelf overgeleverd. En we weten waar dat op uit­loopt: op niets.

Een chris­ten vertrouwt dus niet meer op zichzelf, maar geeft zich vol vertrouwen over aan Hem die hem niet in de steek zal laten. Aan de andere kant is de chris­ten ook een vast­besloten mens. Hij zal zich niet meer laten mis­lei­den. De Geest onder­s­te­unt hem ook hier. Maar ook de bij­bel biedt vaste grond. De chris­ten houdt zich vast aan het getu­ige­nis, dat op elke bladz­i­jde wordt afgelegd: God werkt het uit en Hij is te vertrouwen.

Hij verdiept zich in alles, dat hem leert meer en meer op God te vertrouwen en meer en meer het werken en leven in eigen kracht af te leggen. Zo doende gaat hij steeds meer lijken op zijn grote Voor­beeld: Jezus Christus.

Een ding, dat echter als een paal boven water is komen te staan: de chris­ten func­tion­eert als mens ein­delijk, zoals God het bedoeld heeft. Dat geeft hem bli­jd­schap. Dat vervult hem tot aan de rand van zijn bestaan, met de zek­er­heid dat hij is thuis­gekomen. Uitein­delijk zal de groei resul­teren in een vol­maakte vrucht. Maar het is God, die de was­dom geeft.

Geen “exit” voor de christen

De chris­ten verd­wi­jnt even­wel niet uit deze wereld. Alles wat de men­sheid zoal meemaakt: honger, dorst, onrecht, ziekte enz. overkomt hem ook. Nog altijd. Het (ver)dragen ervan is echter een stuk makke­lijker. We komen er natu­urlijk nog uit­ge­breid op terug, maar het punt is: juist omdat we een God ken­nen, die meevoelt met onze pijn, is het lij­den op deze wereld uit te houden.

God weet van alles dat ons overkomt. En Hij laat ons door zijn Heilige Geest weten, dat Hij uitein­delijk alle tra­nen van de ogen wist. Elk ver­driet, zal Hij omk­eren in vreugde. Elk onrecht, zal wor­den afgerek­end. Zoals de bij­bel het heel tre­f­fend uitdrukt:

Jesaja 25:8 Hij zal voor eeuwig de dood verni­eti­gen, en de Here HERE zal de tra­nen van alle aangezichten afwis­sen en de smaad van zijn volk zal Hij van de gehele aarde ver­wi­jderen, want de HERE heeft het gesproken.

Rest mij nog te zeggen, dat met “zijn volk” dege­nen zijn aange­duid, die in Jezus Chris­tus deel zijn gaan uit­maken van het ware Israël. Het onzicht­bare volk, de gemeente, dat bestaat uit gelovi­gen uit de hei­de­nen en gelovi­gen uit het natu­urlijke volk Israël.

Vol­gende artikelen:

Hoe word je een Christen?

Hoe blijf je een Christen?

Wat doet een Chris­ten in deze wereld?

Laat een reactie achter