Andere samenleving; andere christenen (8)

Waarom zou je chris­ten wor­den? (2)

Heftige reac­ties

De zeeslag bij Kijk­duin: Er wordt wat afge­vochten op deze wereld

Als je het met niet-christenen hebt over het onder­w­erp: “waarom zou je chris­ten wor­den?” valt het mij altijd op hoe heftig men reageert.

Voor mij is het steeds weer een bewijs dat je met het thema een heel gevoelige snaar raakt.

Je komt dan ook bijna nooit toe aan de vol­gende stap: chris­ten wor­den. Maar hoe komt dit eigenlijk?

En waarom reageert de één als door een horzel gesto­ken en heeft de ander het gevoel ein­delijk thuis te komen?


Voor­dat je een chris­ten wordt, zul je eerst over­tu­igd moeten zijn, dat het nodig is om dat te wor­den. Zoals ik in het vorige hoofd­stuk al enigszins heb aange­toond, is het in elk geval nodig dat je inziet, dat je Hem nodig hebt. Maar als je iemand niet kent, weet je natu­urlijk ook niet wat je van hem verwachten kunt. Laat staan dat je vertrouwen in die ander stelt.

Uit zichzelf zal nie­mand een keuze maken voor Jezus Chris­tus. Het moet je als het ware gegeven wor­den. Dat komt door de sit­u­atie waar de men­sheid zich in bevindt. Ons hart is van nature wantrouwig gewor­den. Maar niet alleen dat: het is ook eigen­wijs en arro­gant. De enige die we kun­nen vertrouwen (soms tegen wil en dank) is onszelf. En zelfs dat doen we niet echt. We zit­ten echter elk moment van ons leven met onszelf opgescheept, dus aan dat laat­ste is niet echt iets te doen. Het zij dan dat je er uit stapt. Maar als je dat doet, heb je hele­maal niets meer, want wat er na dit leven gebeurt, weet niemand.

Daar is ‘ie weer: de erfzonde

Het wantrouwen tegen alles wat van God komt zit ‘m als het ware in onze genen. Nu zal iemand zich afvra­gen hoe ik daar nu toch bij kom. Per slot van reken­ing kan ik niet in het hart kijken van die ander, laat staan dat ik een oordeel kan vellen over wat die ander denkt. Dat is zo. Dat kan ik ook niet. En ik kan ook niet in het hart kijken van die ander. Maar aan de andere kant oordeel ik ook niet. De ken­nis omtrent de sta­tus van het menselijke hart wordt mij ook gegeven. De bij­bel houdt ons alle­maal als het ware een spiegel voor en laat exact zien hoe het er in ons bin­nen­ste voorstaat. Kijk maar:

Efeziers 2:1 – 3 U was dood door de mis­stap­pen en zon­den waarmee u de weg ging van de god van deze wereld, de heerser over de machten in de lucht, de geest die nu werkzaam is in hen die God onge­hoorzaam zijn. Net als zij lieten ook wij allen ons eens beheersen door onze wereldse begeerten, wij vol­gden alle zelfzuchtige ver­lan­gens en gedachten die in ons opkwa­men en ston­den van nature bloot aan Gods toorn, net als ieder ander.

Het gaat hier over alle mensen. En dan met name hun die God onge­hoorzaam zijn. Er zijn echter velen, die aangeven God hele­maal niet onge­hoorzaam te zijn. Ze zijn er van over­tu­igd, dat de bij­bel door de kerklei­ders in de loop van de tijd in zekere zin is aangepast aan het denken van de kerk. Daarom nemen ze dit soort tek­sten niet al te serieus. De onder­bouwing voor hun stellin­gen vin­den ze in buiten­bi­j­belse geschriften. Op deze manier ver­schaft men zichzelf een vri­jbrief om toch maar weer hun eigen gang te gaan. God wordt doo­dgezwe­gen, zeg maar.

Men ziet even­wel over het hoofd, dat die buiten­bi­j­belse geschriften zijn geschreven door zoge­naamde weten­schap­pers, die vele jaren na de tot­stand­kom­ing van de bij­bel in de huidige vorm, tot hun kri­tis­che inzichten zijn gekomen. Stuk voor stuk hebben al deze apoc­riefe hersen­spin­sels veel min­der autoriteit, dan de kle­in­ste brief die is opgenomen in het nieuwe testament.

Bij tijd en wijle duiken ze weer op. Er is echter maar weinig inzicht voor nodig om ze alle opnieuw naar het rijk der fabe­len te ver­wi­jzen. Hele volk­stam­men gri­jpen ze echter keer op keer aan, om hun eigen han­del­swi­jze te verdedi­gen. Zo ontstond er jongs­tle­den weer ophef toen iemand wees op de vondst van de brief van Judas. En ook was het weer voor­pag­i­nanieuws toen iemand het al 150 jaar gele­den geponeerde inzicht als gloed­nieuw en Schrifton­der­mi­j­nend bejubelde, dat er in het begin van het boek Gen­e­sis voor het woord schep­pen ook schei­den gelezen kon worden.

God gaat Zijn gang

God geeft echter aan er niet van onder de indruk te zijn en gewoon Zijn eigen plan te trekken. De mens is in zijn huidige vorm de weg kwijt. Het bewijs wordt geleverd door hen die er het hardst tegen ageren.

Je zou je af kun­nen vra­gen waarom. Als je de bij­belse bood­schap goed op je in laat werken, spreekt daaruit een God, die op aller­lei ter­rein het beste voorheeft met zijn schep­ping. Het enige dat Hij even­wel als eis heeft gesteld, is dat het volledig loopt via zijn Zoon Jezus Chris­tus. God zelf heeft bepaald, dat er geen andere weg is om tot Hem te naderen, dan via Jezus.

Hij heeft echter de red­ding op het oog. Hij ziet dat het met de men­sheid niet goed­komt, als deze op eigen wijze bli­jft voort­ploeteren. Van­daar dat Hij zijn Zoon Jezus heeft voorgesteld als mid­de­laar. En toen de laat­ste aan het kruis van Gol­go­tha zijn leven gaf als losprijs voor velen, riep Hij uit: het is volbracht.

Daarmee werd de toon gezet voor de eeuwen die er op zouden vol­gen. Nu was er geen onover­brug­bare kloof meer tussen de mens en God. Nu was er een brug. Een zoge­naamde hoge weg, waarop de recht­vaardi­gen mogen wan­de­len. Recht­vaardi­gen die niet op grond van eigen kracht en inspan­ning in die hoedanigheid zijn gekomen, maar op grond van wat Jezus voor hun heeft gedaan.

Efeziers 2:4 – 7 Maar omdat God zo barmhar­tig is, omdat de liefde die hij voor ons heeft opgevat zo groot is, heeft hij ons, die dood waren door onze zon­den, samen met Chris­tus lev­end gemaakt. Ook u bent nu door zijn genade gered. Hij heeft ons samen met hem uit de dood opgewekt en ons een plaats gegeven in de hemels­feren, in Chris­tus Jezus. Zo zal hij, in de eeuwen die komen, laten zien hoe over­weldigend rijk zijn genade is, hoe goed hij voor ons is door Chris­tus Jezus.

Maar hier bevindt zich dan ook het prob­leem. Dit is de reden waarom de meeste mensen zo in verzet komen. Het is niet de liefde van God. Ook niet zijn barmhar­tigheid. Die wil men alle­maal wel ervaren. Het gaat om de manier waarop: via Jezus Chris­tus. Van hieruit wor­den aller­lei argu­menten in het geweer gebracht. Ver­vol­gens bedenkt men aller­lei gron­den, om het dan toch maar via een andere weg te proberen. Ik zal er enkele noemen:

  • Jezus was een gewoon mens. Dus een spe­ciale sta­tus komt Hem niet toe. Dus ook niet aan wat Hij verkondigde. Het niveau waarop men Jezus benadert is het­zelfde als waarop men Mohammed, Boed­dha, Gandhi benadert. Dus als een ver­lichte of geïn­spireerde mens.
  • Jezus was God. Zijn ver­schi­jn­ingsvorm is virtueel. Een werke­lijk con­tact op menselijk niveau is dus niet mogelijk. Wat Hij verkondigde is in principe eso­ter­isch (ver­bor­gen) en is alleen maar te vol­gen door ingewi­j­den. Bij deze Jezus hebben we dus “ver­lichten” nodig, die kun­nen vertellen, wat Hij werke­lijk bedoelde.
  • Jezus was een gewoon mens en zijn vol­gelin­gen hebben een com­plete mythe rond Hem opge­bouwd. Na zijn dood is Zijn lichaam ver­donkere­maand of Hij is her­steld van Zijn won­den en heeft een nieuw leven opge­bouwd in India/Frankrijk/Tibet. De bij­bel is niet com­pleet in de verslaggeving/boodschap. We hebben andere bron­nen nodig om het com­pleet te maken of te corrigeren.
  • Jezus was een gewoon mens en de ver­halen in de bij­bel zijn alle­maal leg­ende. Dat betekent dat de bood­schap zoals die in de bij­bel is vast­gelegd, puur sym­bol­is­che waarde heeft. Hier hebben we andere bron­nen nodig om de bood­schap toe te lichten en/of uit te leggen. Bin­nen deze cat­e­gorie vallen ook de crit­ici, die aangeven dat de bij­bel puur geschreven is voor de lez­ers of toe­ho­orders uit die periode.

De bewi­jsvo­erin­gen voor al dit soort “inzichten” zal ik niet bespreken. Het zij dan dat men er spe­ci­aal om ver­zoekt. Het voert echter op dit moment te ver om ons er mee bezig te houden. Ik kan echter wel ver­melden, dat de “bewi­jzen” heel zwak zijn. Daar­naast wordt het er alleen maar onduidelijker door. De moti­vatie van de crit­ici wordt echter ook duidelijk: rede­nen vin­den om zich aan de bij­belse richtlijn te onttrekken.

Een dis­cussie ontwikkelt zich rond dit punt altijd op dezelfde manier:

  • De vri­jheid van mening­suit­ing wordt vastgesteld.
  • Er wordt bepaald dat er meerdere wegen zijn op tot het ultieme inzicht te komen.
  • Het inzicht dat in de bij­bel wordt gep­re­sen­teerd is veel te beperkt.
  • God is veel groter dan wij kun­nen begri­jpen en beseffen.
  • Iemand die zich baseert op bij­belse inzichten is niet meer van deze tijd.
  • Argu­men­taties vanuit bij­bels stand­punt wor­den als bel­erend en intol­er­ant ervaren; degene die er aan vast houden, komen over als kortzichtig.

Chris­te­nen die om wat voor reden dan ook in dit soort dis­cussies terecht komen, dienen te begri­jpen, dat de dis­cussie op zich niet te voorkomen is. Het punt is namelijk, dat de bij­bel zelf hele­maal geen ruimte laat voor afwijk­ende gedachten. Men komt er echter niet zo snel aan toe om de bij­bel van leu­gens te betichten, dus geeft men aan dat het ligt aan de inter­pre­tatie. Of de bij­bel is niet volledig. Met andere woor­den: met het poneren van het recht op vri­jheid van mening­suit­ing wordt het waarhei­ds­ge­halte van de bij­bel onder druk gezet.

Men vergeet echter dat de bij­bel geen mening verkondigt, maar de waarheid proclameert. Het zijn de mensen zelf die het woord van de Schrift degraderen tot een mening (of interpretatie).

(wordt ver­volgd)

Laat een reactie achter