Andere samenleving; andere christenen (9)

Waarom zou je chris­ten wor­den? (3)

Meerdere rede­nen

Geen duidelijker beeld van de ver­ganke­lijkheid, dan het graf

Er zijn altijd twee kan­ten aan een medaille. Zoals een bek­ende Ned­er­lan­der zou zeggen “elk voordeel, heb z’n nadeel”. Dat betekent dat als er een reden is om iets te doen, er ook een reden is om het juist niet te doen. Daarom verzinken veel mensen in een soort twijfel-toestand als ze een keuze moeten maken.

Men tra­cht dan de voors en tegens tegen elkaar af te wegen om zodoende tot een goede keuze te kun­nen komen. Soms is het echter zo, dat er niet direct grote voorde­len te zien zijn en je als het ware een gok moet nemen. Ook kan het zijn, dat je nog niet vol­doende inzicht hebt in de opties, zodat er een pat­stelling ontstaat. Dan gebeurt er niets en bli­jft de toe­s­tand of sit­u­atie zoals die is.

Ver­schil­lende soorten

Je zou natu­urlijk in een chris­telijke omgev­ing kun­nen opgroeien. Het chris­telijk geloof wordt je dan in meer of min­dere mate met de paple­pel ingegeven. Je hebt dan wel ken­nis, maar je bent niet per defin­i­tie een chris­ten. We weten dat een chris­ten een bij­zon­der soort vol­geling van Jezus is.

Ken­nis van alles dat met het chris­telijk geloof te maken heeft, maakt nog niet dat je zo’n bij­zon­dere vol­geling van Jezus bent. Er zijn hele volksstam­men die de bij­bel als het ware van bin­nen en van buiten ken­nen, maar niets met Jezus te maken willen hebben. Zij zijn hele­maal geen chris­ten; laat staan dat ze een vol­geling van Jezus zijn.

Dan heb je die van het ver­stand­shuwelijk. Zij leven als het ware net zoals Jezus leefde. Zij onder­zoeken zijn inzichten en proberen die toe te passen in hun eigen bestaan. Voor hen is Jezus inder­daad de meester en zij de discipe­len. Maar zij zullen ook hun eigen weg weer gaan, als er in de leer­stellin­gen van Jezus iets opduikt, waar ze niets mee kun­nen. Met andere woor­den: dit zijn de onveran­der­lijken, de vle­selijken. Het lijkt wel goed, maar het is het in feite niet. Van buiten ziet het er goed uit, maar van bin­nen is alles onveranderd.

De werken der ongerechtigheid zijn alle han­delin­gen die niet uit geloof, maar in eigen kracht zijn ver­richt. En hier zit ‘m nu net de kneep. Het prob­leem van de mens in het alge­meen is dat hij voor zichzelf moet (maar ook wil) zor­gen. In feite is dit de vrucht van de erf­zonde. Men denkt bij de erf­zonde vaak aan iets dat “ons” is overkomen. Het was niet onze schuld, dat Adam en Eva de fout in gin­gen. Laat staan dat het redelijk is, dat we de vruchten daar­van plukken.

Nu is de bij­bel daar zeer duidelijk in. Een kind, en dat zijn we alle­maal, zal niet de gevol­gen dra­gen van de zonde van de vader. Met andere woor­den: wij als men­sheid zullen niet boeten voor de mis­stap van Adam.

Het gaat hier echter niet om een mis­stap. En zeker niet om een actie waar straf op staat. Ten­min­ste niet in de juridis­che zin van het woord. Omdat dit door de meeste mensen niet wordt gezien, wordt de dis­cussie ook altijd zo zwaar. Het­geen wat Adam deed, was inhoudelijk niet ver­keerd. In feite kre­gen Adam en Eva de keuze: wil ik mezelf aan God toev­ertrouwen of wil ik het zelf uitzoeken.

Laten we ook duidelijk zijn: God heeft de mens geschapen om afhanke­lijk van Hem te zijn. Dat heeft God zo bepaald. Hij wilde de mens echter in de gele­gen­heid stellen om voor die afhanke­lijkheid te kiezen. Was het antwo­ord ja, dan zou voor de mens ook alles dat bij die afhanke­lijkheid hoort, in de schoot gewor­pen kri­j­gen. Was het antwo­ord nee, nu dan even goede vrien­den, maar dan zou de mens niets van wat bij die afhanke­lijkheid hoorde, in bezit krijgen.

In feite is dit het oordeel, dat over de mens werd uit­ge­spro­ken. Afhanke­lijkheid betekent leven in overvloed. Onafhanke­lijkheid betekent de dood. En dat laat­ste niet in overvloed, want overvloed houdt groei en ontwik­kel­ing in en dat is er natu­urlijk niet wan­neer de dood aan­wezig is. Dood betekent ver­val. Terug­val tot stof. Maar geen ontwik­kel­ing, groei of com­mu­ni­catie. Iemand die dood is, doet niets meer.

De dood gaat heersen

Op het moment, dat de dood het voor het zeggen kri­jgt, verd­wi­jnt elke mogelijkheid om met God te com­mu­niceren. Deze toe­s­tand heeft elk mens van Adam geërfd. En dat wordt in de volksmond de erf­zonde genoemd. Als dode mensen zijn we vijandig tegen alles dat met het leven vanuit God te maken heeft. Dat is onze natuur (gewor­den). Van­daar dat het voor de mens in eigen kracht onmo­gelijk is om de weg naar God weer terug te vin­den. Want dode mensen hebben geen kracht. Ze zijn krachteloos.

Het punt dat ik echter wil maken is dat we nog steeds niet spreken over een han­del­ing waar straf op staat. Daar­naast kun je alleen maar begri­jpen, dat iets ver­keerd is, als je ook wordt verteld wat dan goed is. En dat begrip is er niet meer. Het enige dat over is gebleven, is een vaag besef van waar we ooit van­daan zijn gekomen. En gaan­deweg raakt ook dat besef uit de mode.

De men­sheid is dus in een sit­u­atie terecht­gekomen, waar men zelf niet meer uit kan ontsnap­pen. Ten eerste niet omdat men de weg uit de puin­hoop niet herkent: al staat men er bij wijze van spreken boven op. Meer ten tweede omdat ieder mens voor zichzelf steeds opnieuw dezelfde keuze maakt als Adam.

De men­sheid is dus ten dode opgeschreven. En ze heeft het aan zich zelf te danken. Denk­ende alle wijsheid in pacht te hebben, zijn ze in de groot­ste val getrapt die bestaat: men kan niet zon­der God, maar onder­tussen roept men dat God niet bestaat en een achter­haald begrip is. Het prob­leem is echter, dat de mens op zichzelf niet kan over­leven, want hij is niet gemaakt voor zelf­s­tandigheid. De para­dox is echter, dat de men­sheid al dood is (zon­der de bron van het leven: God) en er dus geen sprake kan zijn van overleven.

Het is goed om de uitzicht­loosheid van de sit­u­atie in te zien. Als je tot je door laat drin­gen, dat er geen hoop is in een bestaan zon­der God, raak je echter een­voudig in een chro­nis­che depressie. Of je gaat alsnog als een kip zon­der kop aan de gang om invulling te geven aan je uitzicht­loze leven. Het is dan alsof je de meteoor ziet naderen, die over een paar sec­on­den de hele aarde verni­etigt en alsnog in de super­markt pro­viand aan­schaft om te kun­nen overleven.

Hoe nu verder

Is er dan geen hoop meer? Nee, als het aan de mens ligt niet. Die zal niet voor het leven kiezen, al wordt het hem door de strot naar bin­nen geduwd. Ja, hij zal kiezen voor iets dat op leven lijkt, zolang hij er zelf maar de con­t­role over houdt. Dat is overi­gens de reden, waarom bepaalde religieuze stro­min­gen zo suc­cesvol zijn: je mag het alle­maal zelf doen.

Wat God heeft ver­zon­nen is echter van een totaal ander kaliber: de mens mag hele­maal niets zelf doen. Je mag er niet eens over nadenken. Dat klinkt wat vreemd, maar als je ergens over na mag denken, heb je een keuze. Bij God heb je echter geen keuze. Het punt is, dat er al gekozen is, namelijk voor een leven zon­der God. Het enige dat overbli­jft is de erken­ning dat de mens het in eigen kracht niet redt. Let op: dit is geen keuze, want het gevolg is pas­siviteit. Het is vergelijk­baar met iemand die zich bewust wordt, dat hij de ver­keerde weg loopt. Hij ziet namelijk de afgrond op zich afkomen. Er is echter geen alter­natief, want hij heeft geen flauw idee waar hij dan naar toe moet.

Dit is de sit­u­atie van de mens, die doorkri­jgt, dat het leven dat hij leidt (of lijdt, zo je wilt) er in feite hele­maal niet meer toe doet. Alles dat hij in de loop van de tijd heeft opge­bouwd, blijkt te bestaan uit super-vergankelijke zaken. Het­geen alle­maal zo duurzaam leek, toen men nog jong was en het nog nieuw en fris was, blijkt een façade. En de mens wordt moe. Zo ver­schrikke­lijk moe. Je zou kun­nen zeggen: dodelijk ver­moeid. Tja, hoe kan het ook anders, als blijkt dat je jezelf al die tijd voor het lapje hebt gehouden. Je dacht dat je leefde en werke­lijk iets tot stand bracht, maar je blijkt zo dood te zijn als een … Tja, als wat? Laten we zeggen: als een mens die buiten het leven staat, dat alleen maar in de verbind­ing met God te vin­den is.

(Wordt ver­volgd)

This entry was posted in Christendom, Kerk & Gemeente. Bookmark the permalink.

Geef een reactie