Waarom is de mens op zoek
Dodelijke fuik
We hebben gezien, althans als je regelmatig mijn stukjes leest, dat de mensheid ten opzichte van haar uiteindelijke doel, in een soort dodelijke fuik is gezwommen.
Er is geen ontkomen aan: iedere mens is afgeweken van het doel, dat God met de mens heeft. Vanuit de mens gesproken is er ook geen weg terug. Er is geen oplossing.
Om deze reden zegt de ene mens “laten we dan maar eten en drinken, genieten van het bestaan op deze aarde zolang het nog kan, want morgen gaan we dood” en geeft een andere mens er de brui aan en pleegt zelfmoord.
Maar het leeuwendeel van de mensheid verkeert in een zekere passiviteit ten opzichte van het leven. Het maakt ze allemaal niet uit. Ze “verleven” hun bestaan van dag tot dag zo goed en kwaad het gaat.
De normaalste zaak van de wereld
Je zou je natuurlijk af kunnen vragen of dit alles nu zo verschrikkelijk is. Het is echter wel zo, dat de psychologen en psychiaters overuren draaien: hun wachtkamers zitten vol met mensen, die maar op een ding antwoord willen hebben: wat heeft het leven voor zin. Natuurlijk kun je die vraag op verschillende manieren stellen. Je zou ook kunnen zeggen dat er een chronisch gevoel is van “niet lekker in je vel zitten”.
Dan zijn er nog de gebeurtenissen waar iedereen op meer of mindere mate mee wordt geconfronteerd: de aardbevingen, tsunami’s en ander onheil als vulkaanuitbarstingen, waar men geen raad mee weet.
Er is nogal wat in het mensenleven aan te wijzen, dat het gevoel van onbehagen alleen maar versterkt. Denk ook aan allerlei allergieën en ziekten, die ons teisteren. Kortom: als je er wat verder over nadenkt, zinkt de moed je in de schoenen.
Niemand uitgezonderd
En het probleem is dan ook nog, dat het ons allemaal treft. Geen mens op deze wereld kan zeggen, dat hij of zij er aan kan ontsnappen. Want uiteindelijk treft ons allemaal het grootste onheil, dat we ons maar kunnen voorstellen: we gaan dood. Als je dit tot je laat doordringen, dan raakt de conclusie je op een zeker moment als een mokerslag: het heeft allemaal geen zin.
Prediker (de schrijver van het gelijknamige boek in de bijbel) heeft er zeer diep over nagedacht:
Prediker 9:2 – 3 “Alles is gelijk voor allen, eenzelfde lot treft de rechtvaardige en de goddeloze, de goede en de reine, alsook de onreine; hem die offert, en hem die niet offert; het gaat de goede evenals de zondaar, hem die zweert, als hem die de eed schuwt.Dit is het ergste, dat onder de zon geschiedt: dat allen eenzelfde lot treft; daarom is het hart der mensenkinderen vol boosheid en is er verdwaasdheid in hun hart hun leven lang; en daarna gaat het naar de doden”
Een ding heeft elke mens met de ander gemeen: ze worden moe van het leven. Op de een of andere manier voelt het namelijk niet goed. Steeds is er op de achtergrond het vage begrijpen, dat dit zo niet de bedoeling is.
God voert Zijn plan uit
God zelf laat zich echter niet van de wijs brengen. Hij weet dat de overleggingen van het hart van de mens te allen tijde boos zijn. Hij ontwikkelde dus een reddingsplan, waarbij Hij op zijn beurt weer onafhankelijk zou zijn van de mens. Maar voor de redding van de mensheid had Hij wel een mens nodig. Het moest echter een mens zijn, wiens hart oprecht zou zijn, zonder vlek of rimpel.
Maar daarnaast ook een mens, die volkomen te vertrouwen zou zijn. En vind die maar eens, als je al weet dat er niemand is die goed doet; zelfs niet één. Ieder mens is onbetrouwbaar en geneigd tot alle kwaad.
Die mens, die in feite volmaakte, mens zou dan de middelaar kunnen zijn tussen God en de mens. Hij zou het voorbeeld kunnen geven. Maar het geven van een voorbeeld alleen is niet voldoende. Het zou de mens zelf in principe niet verder helpen. Daarnaast: op die manier zou de mens het alsnog in eigen kracht moeten doen en dat bleek nu juist de bottleneck.
Nee, de mens die het tussen God en de mensheid in orde zou maken, moest tevens in staat zijn om die mens met kracht terzijde te staan. Het als het ware van te voren al voor die mens te regelen, zodat ook hier niets van inbreng van de kant van de mensen nodig zou zijn.
God wilde dus niet alleen dat het op Zijn manier zou gebeuren, maar Hij zou ook de kracht en de energie, maar ook de motivatie leveren, zodat Hij zeker kon zijn van de goede afloop. Van de kant van de mens was toch niets zinvols te verwachten.
(wordt vervolgd)
