Waarom is het kwaad er?

Waarom is het kwaad er?

Op dit moment ben ik mijn schri­jftijd een beetje aan het verde­len tussen Manna-vandaag en KoningJezus.Info. In de dis­cussiegroep “Het Kwaad” werd een vraag gesteld, waar ik op in ben gegaan.

Omdat het gaat om een zeer wezen­lijk thema, heb ik besloten het wat breder te trekken. Het is miss­chien (en waarschi­jn­lijk) niet de ultieme gedachte over dit onder­w­erp; het zet in elk geval (dat hoop ik dan toch) aan het denken.

Mijn reac­tie (en de vraag, uit­er­aard) wil ik de lez­ers van KoningJezus.Info niet onthouden:

“Waarom is het kwaad er? God heeft het kwaad niet geschapen satan is geen schep­per. Boom van het goed of kwaad of gewoon doo­ds­boom? Waarom deze boom op aarde in de buurt van het paradijs? Wan­neer het kwaad er toch is maakt God er gebruik van. Zoveel leed, het doet ons hart spreken. Van dodelijke spin­nen, malar­i­a­muggen, giftige beesten of planten. Slachtof­fers of slachtof­fer zijn of wor­den en daar­voor wor­den vergeven”.

Mijn reac­tie (in 4 delen) was als volgt:

Deel 1

Hallo Susanne, Nee ik blijf geen lid van je groep. Ik zal me straks gewoon weer afmelden. Waarom ik dan toch lid ben gewor­den? Wel, blijk­baar is het de enige mogelijkheid om jou een antwo­ord te kun­nen geven op je nood­kreet. Want zo lees ik de beschri­jv­ing van jouw groep.

Ik had je een privé-bericht kun­nen sturen, maar dan lezen de anderen het niet en, miss­chien, kun­nen de anderen ook iets met het­geen ik schrijf. Jouw nood­kreet bestaat niet uit een omschri­jv­ing van de groep (wat het wel zou moeten zijn!) maar uit 4 vra­gen en 5 state­ments. Je had je nood­kreet dan ook beter kun­nen slaken in één van de andere groepen (zoals “Vra­gen over bij­bel­tek­sten” ;-) .

Ik behan­del in vol­go­rde: “Waarom” is het kwaad er?” Dat is een hele goede vraag. Je vraagt naar de reden. Alhoewel de meesten de vraag zullen beant­wo­or­den alsof je vraagt “waar” komt het kwaad van­daan? Dus de oor­sprong. Dat lijkt het­zelfde, maar is het niet. Ook vraag je niet “wat” het kwaad is; blijk­baar heb je daar zelf al een beeld van, want je noemt tevens een aan­tal zaken, die in jouw ogen kwaad zijn. Heel kort door de bocht gezegd, ben ik van mening dat het kwaad er is, zodat we weten dat het kwaad er is. Dat klinkt wat filosofisch en dat is het ook. Maar niet­temin denk ik toch dat het zo is. Een andere reden zie ik namelijk niet.

In de bij­bel, in Psalm 104:24 – 26, staat: “Hoe tal­rijk zijn uw werken, HEER. Alles hebt u met wijsheid gemaakt, vol van uw schep­se­len is de aarde. Zie hoe wijd de zee zich uit­strekt. Daar wemelt het, zon­der tal, van dieren, klein en groot. Daar bewe­gen de schepen zich voort, daar gaat Levi­atan, door u gemaakt om ermee te spe­len.” Nu gaat het natu­urlijk te ver om een com­plete exegese te geven van dit bij­belgedeelte, maar ik wil je op drie din­gen opmerkzaam maken: 1 er is sprake van een zee met wezens, 2 er is een levi­atan 3 die levi­atan is gemaakt om mee te spe­len. Als je met mij, voor de argu­men­tatie, er even van uit­gaat dat de zee hier een beeld is van de onzien­lijke of geestelijke wereld. Daar bevin­den zich wezens in.

Dit zijn dus geestelijke wezens, je zou kun­nen zeggen: enge­len, duiv­els enz. Nog­maals: je hoeft het niet met me eens te zijn, maar probeer me even te vol­gen. Dan bevindt zich in die geestelijke wereld ook een soort draak, een uit de krachten gegroeide hagedis (dat is wat men over het alge­meen onder “levi­atan” ver­staat). Als we er nu van uit gaan, dat die draak een beeld is van de satan, die op zijn beurt weer het kwaad belichaamt, dan zien we dat de reden voor het kwaad is om er “mee te spe­len”. Oftewel: er van te leren!

Want dat is de grond­beteke­nis van het woord “spe­len”. Wat je kunt leren van het spe­len met het kwaad of de kwade? Dat is een andere vraag. Per­soon­lijk denk ik, dat we het moeten leren beheersen. Net zoals tegen Kain werd gezegd: “als je niet goed han­delt, ligt de zonde als een belager voor de deur (van je hart) waarover je moet heersen”. Dat heersen lukt echter niet (meer). Zodoende zijn we een slaaf van de zonde gewor­den en speelt het kwaad met ons in plaats van ander­som. (wordt vervolgd)

Deel 2

Je zegt: God heeft het kwaad niet geschapen (en) satan is geen schep­per. Dat is geen vraag maar een stelling. Het zijn er in feite zelfs twee. Stellin­gen zijn waar of onwaar. Maar voor­dat we kun­nen bepalen of jouw stellin­gen waar zijn, moeten we eerst de neuzen dezelfde richt­ing in zetten als het gaat om het begrip kwaad. Het lijkt namelijk alsof “het kwaad” een entiteit is.

Een entiteit is een een­heid of een vorm of een zelf­s­tandigheid. Dat is echter niet zo. Kwaad is, net als “goed”, een begrip, een filosofisch begrip. Begrip­pen zijn altijd relatief. Dat wil zeggen: je kunt er ver­schil­lend over denken en het ervaren. Als we met elkaar willen spreken over wat goed en kwaad is, zullen we eerst onze begripsvorm­ing moeten afstellen aan elkaar.

Ik geef een voor­beeld: abor­tus noemt de één kwaad; de ander juist goed. Dat wordt namelijk veroorza­akt door aller­lei per­soon­lijke omstandighe­den en cul­tuur– en maatschap­pelijke achter­gron­den. Daarom denken de mensen van­daag de dag heel anders over dit soort zaken dan vroeger. Bij­bels gezien is het kwaad echter altijd gekop­peld aan handelingen.

Met ander woor­den: een dodelijke spin wordt niet kwaad genoemd. Dat komt omdat de spin in die zin een deel is van de willoze schep­ping. Hij heeft niet voor een dodelijke beet gekozen. Als het over de willoze schep­ping gaat, geldt dat zij uitziet naar de bevri­jd­ing van het ver­ganke­lijke. Zij zucht onder het juk van de ver­ganke­lijkheid. Ze is er aan onder­wor­pen, zoals de bij­bel dat uitlegt. Het ver­ganke­lijke is een uit­drukking voor het­geen dat in de schep­ping niet func­tion­eert zoals dat van oor­sprong is bedoeld. Daar valt in feite ook de mens onder als het gaat om zijn stof­fe­lijk lichaam.

Als iemand ziek wordt en ten gevolge van in de wereld voorkomend onheil, sterft of beschadigd raakt, zie je duidelijk iets van dat zuchten. Dat mis-functioneren noe­men wij kwaad, want zo ervaren wij dat ook in het alge­meen. Let er op, dat iemand die gelooft, dat de schep­ping het gevolg is van “toe­val” (dat dus ook niet als entiteit bestaat; dus geen wil heeft!) in feite ook niets weet van goed en kwaad. In het “toe­val” bestaat namelijk geen moraal, dus in feite geen wet­ten en regels (miss­chien de wet van de sterk­ste), dus geen rechter, en dus ook geen gerechtigheid. Het onder­scheid tussen goed en kwaad bestaat dus ook niet.

Nu komen we tot de kern, want “het kwaad” is er dus alleen maar als er ook “goed” is. Uitein­delijk vraagt dit namelijk om een rechter. Dat moet iemand zijn die volkomen kan bepalen, wat “goed” en der­halve wat “kwaad” is. En dat is alleen maar God. Dus het kwaad is niet door God gemaakt (of geschapen) maar wel aan­wezig, juist omdat God ook aan­wezig is. Het geloof in God heeft namelijk alles te maken met gehoorza­amheid en doen wat Hij wil dat je doet. Dat is niet zozeer een morele ver­plicht­ing, maar veelmeer meegeschapen. Een mens komt namelijk slechts tot zijn recht, als hij func­tion­eert zoals God hem heeft gemaakt. Net zoals een vis alleen maar echt vis is als ‘ie in het water zwemt. De vis kan echter niet kiezen; de mens wel. (wordt vervolgd)

Deel 3

Dan jouw opmerk­ing: Boom van (ken­nis van) goed (en) kwaad of gewoon doo­ds­boom? Waarom deze boom op aarde in de buurt van het paradijs? In feite heb ik hier al antwo­ord op gegeven in het vorige stukje. Immers, als God aan­wezig is, is het kwaad niet ver. De aan­wezigheid van God vraagt ons altijd om een keuze: “wil ik wel of wil ik niet dat Hij het voor het zeggen heeft in mijn leven”. Nu weet ik niet of de boom werke­lijk op aarde heeft ges­taan. Het is niet rel­e­vant. Rel­e­vant is wel wat hij verte­gen­wo­ordigt, namelijk die keuze waar ik het zo-even over had.

Dat betekent dus, dat die boom in (niet: in de buurt) de Hof van Eden (niet: het paradijs; dat is wat anders) moest staan. Een­maal buit de hof, was de mens op zichzelf aangewezen en was ook de boom van ken­nis van goed en kwaad niet meer aan­wezig; de mens had al gekozen. Nu zul je zeggen: als ik in die hof had gelopen, had ik er niet van gegeten. Dat zou kun­nen, dat weet natu­urlijk nie­mand. Maar ik denk, dat je reëel genoeg bent om te weten, dat jij (en ieder ander mens) in zijn hart heeft gekozen voor een leven zon­der God. En dat is het­zelfde als eten van de boom van ken­nis van goed en kwaad. Ieder mens heeft namelijk besloten om het zelf uit te zoeken en zijn leven te lei­den in eigen kracht.

Om die reden, was het nodig dat er een Mid­de­laar kwam, die het tussen God en de mens weer in orde zou maken. Van­mid­dag heb ik een blog neergezet, dat in beeld­spraak (de Sloperij) het pro­ces een beetje weergeeft. Je kunt deze vin­den door op mijn (knappe) foto te klikken en de blog op te zoeken (denk ik). (wordt vervolgd)

NB: Voor de lez­ers van deze blog geldt uit­er­aard niet dat ze op die “knappe” foto kun­nen klikken. Ik zal het ver­haal “De Sloperij” (al in het begin van de jaren ’90 door mij geschreven) ook op deze blog zetten.

Deel 4

Jouw laat­ste stelling luidt: Slachtof­fers of slachtof­fer zijn of wor­den en daar­voor wor­den vergeven. Eigen­lijk weet ik niet goed wat je bedoelt. Er staat in feite “slachtof­fer … zijn/worden en daar­voor wor­den vergeven”. Moet het slachtof­fer wor­den vergeven voor het feit dat het slachtof­fer is of wordt? Dat lijkt me een beetje de omge­keerde wereld.

In Jesaja 25:8 staat “Hij zal voor eeuwig de dood verni­eti­gen, en de Here HERE zal de tra­nen van alle aangezichten afwis­sen en de smaad van zijn volk zal Hij van de gehele aarde ver­wi­jderen, want de HERE heeft het gesproken”.

Deze tekst gaat over het leed dat het volk van God is aangedaan en het ver­driet dat dit heeft veroorzaakt.

Ik denk echter dat dit geldt voor een ieder die zich tot het volk van God mag reke­nen. Zowel Jood als Griek. Dat heeft Jezus namelijk geregeld. Aan­vul­lend wordt beloofd in

Jesaja 61:3 “om over de treuren­den van Sion te beschikken, dat men hun geve hoofd­sier­aad in plaats van as, vreugde­olie in plaats van rouw, een lofge­waad in plaats van een kwi­j­nende geest. …”

Hoe en wan­neer dit in werk­ing gaat weet geen mens, maar dat het in werk­ing komt is zo zeker als dat Jezus voor ons alle­maal aan het kruis van Gol­go­tha is gestor­ven. Door Hem weten we (niet: hopen we) dat God een­maal alles in allen zal zijn en dat er een onu­it­spreke­lijke vreugde en bli­jd­schap in de harten van Zijn mensen aan­wezig zal zijn. In het boek Open­bar­ing wordt gespro­ken over een stad. Die stad bestaat uit een ontel­bare menigte mensen.

Voor die stad geldt:

“En in haar zal niets onreins bin­nenkomen, en nie­mand, die gruwel en leu­gen doet, maar alleen zij, die geschreven zijn in het boek des lev­ens van het Lam. En hij toonde mij een riv­ier van water des lev­ens, helder als kristal, ontsprin­gende uit de troon van God en van het Lam. Mid­den op haar straat en aan weer­sz­i­j­den van de riv­ier staat het geboomte des lev­ens, dat twaalf­maal vrucht draagt, iedere maand zijn vrucht gevende; en de bladeren van het geboomte zijn tot genez­ing der volk­eren. En niets vervloekts zal er meer zijn. En de troon van God en van het Lam zal daarin zijn en zijn dien­stknechten zullen Hem ver­eren, en zij zullen zijn aangezicht zien en zijn naam zal op hun voorhoof­den zijn. En er zal geen nacht meer zijn en zij hebben geen licht van een lamp of licht der zon van node, want de Here God zal hen ver­lichten en zij zullen als konin­gen heersen in alle eeuwigheden.”

Het duurt wellicht nog enige tijd, maar deze sit­u­atie komt er aan. Dus laten we ons niet laten aflei­den door alle ellende om ons heen, maar ons oog gericht houden op Jezus Chris­tus, want Hij is onze hoop voor een betere toekomst.

This entry was posted in Algemeen, Kernwaarden, Theologie. Bookmark the permalink.

Geef een reactie